Het derde lid van dit artikel geeft de Minister de bevoegdheid om categorieën van
instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft
instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van de kinderbeschermingof penitentiaire instellingen.
Tot slot heeft het college van burgemeester en wethouders op grond van het vierdelid de bevoegdheid een in de gemeente gevestigde instelling aan te wijzen indien hetbetreft een instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in 1, eerstelid, onderdeel g, onder 7°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.Ingevolge het vijfde lid doet het hoofd van een aangewezen instelling aan de
betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte vaneen briefadres.
Artikel 67,