Naar hoofdinhoud

Artikel 67,

eerste lid, van de Wet GBA bepaalt dat degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid, in afwijking van de artikelen 65, eerste lid, en 66, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kan kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte dHoeetn t.w eede lid schrijft voor dat instellingen slechts worden aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisadministratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.

Onderdeel van Notitie beleidsregels met betrekking tot het hanteren van briefadressen als bedoeld in artikel 49 van de Wet gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens

Het derde lid van dit artikel geeft de Minister de bevoegdheid om categorieën van instellingen dan wel instellingen afzonderlijk aanwijzen, voor zover het betreft instellingen voor gezondheidszorg, instellingen op het gebied van de kinderbeschermingof penitentiaire instellingen. Tot slot heeft het college van burgemeester en wethouders op grond van het vierdelid de bevoegdheid een in de gemeente gevestigde instelling aan te wijzen indien hetbetreft een instelling op het terrein van maatschappelijke opvang, bedoeld in 1, eerstelid, onderdeel g, onder 7°, van de Wet maatschappelijke ondersteuning.Ingevolge het vijfde lid doet het hoofd van een aangewezen instelling aan de betrokken personen tijdig schriftelijk mededeling van de mogelijkheid tot aangifte vaneen briefadres.

Rechtspraak bij dit artikel