Notitie beleidsregels met betrekking tot het hanteren van briefadressen als bedoeld in artikel 49 van de Wet gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens
5 artikelen
Artikelen
- Art. 4:84voornoemd, luidt als volgt: Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.
- Art. 49,eerste lid van de Wet GBA bepaalt dat indien het woonadres ontbreekt dan wel artikel 67 van toepassing is, op aangifte een briefadres wordt opgenomen.
- Art. 65,eerste lid, van de Wet GBA verplicht degene die naar redelijke
- Art. 67,eerste lid, van de Wet GBA bepaalt dat degene die zijn woonadres heeft in een instelling die is aangewezen op grond van het derde of het vierde lid, in afwijking van de artikelen 65, eerste lid, en 66, eerste lid, in plaats van zijn woonadres een briefadres kan kiezen en daarvan overeenkomstig de genoemde bepalingen aangifte dHoeetn t.w eede lid schrijft voor dat instellingen slechts worden aangewezen indien de aard van de instelling meebrengt, dat door opneming van het adres daarvan in de basisadministratie de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen onevenredig zou kunnen worden geschaad.
- Art. 68,eerste lid, van de Wet GBA bepaalt dat de ingezetene die naar redelijke verwachting gedurende een jaar ten minste twee derden van de tijd buiten Nederland zal verblijven, verplicht is bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente van inschrijving binnen vijf dagen voor zijn vertrek uit Nederland schriftelijk aangifte van vertrek te doen. Ingevolge het tweede lid, doet hij in die amaendgeifdte ling van dat vertrek, van het volgende land van verblijf en van het eerste adres van verblijf in dat land. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat bij algemene maatregel van bestuur regels kunnen worden gesteld omtrent bijzondere gevallen waarin het eerste lid niet van toepassing is.