Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.
Ten aanzien van de besluiten van bijstandsverlening onder verband van Krediethypotheek, welke op grond van de ABW, Abw of WWB, voor 1 januari 2015, zijn verleend blijft het destijds bepaalde en als zodanig opgenomen in het desbetreffend besluit of akte van krediethypotheek van toepassing.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
De begrippen die in deze regeling worden gebruikt hebben een gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de Participatiewet en de daarbij behorende toelichting/memorie van toelichting dan wel in de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Artikel 2 Krediethypotheek
Wanneer zowel algemene als bijzondere bijstand wordt verleend en de belanghebbende is in het bezit van een door hem of zijn gezin bewoonde woning dan heeft die bijstand de vorm van een geldlening onder verband van een krediethypotheek. De verleende bijstand voor de bijkomende kosten vallen hier eveneens onder.
Het vorenstaande impliceert dat de belanghebbende verplicht is om aan de vestiging van de krediethypotheek zijn medewerking te verlenen.
Artikel 3 Hoogte geldlening
Voor de berekening van de krediethypotheek is uitgangspunt de waarde van de woning in het economische verkeer bij vrije oplevering. De waardebepaling dient plaats te vinden door een beëindigd taxateur voor onroerende zaken.
Van de waarde in de woning blijft een gedeelte buiten beschouwing. Naast de op de woning drukkende schulden wordt vrijgelaten het bedrag zoals genoemd in artikel 34, 2e lid onder d. Participatiewet.
Artikel 4 Voorwaarden geldlening
Naast de in artikel 5 en 6 genoemde voorwaarden worden in ieder geval de gebruikelijke bedingen in de hypotheekakte opgenomen.
Een gebruikelijk beding in een hypotheekakte is o.a. dat rente verschuldigd is wanneer de woning wordt verkocht en er niet snel wordt afgerekend.
Artikel 5 Aflossing geldlening
De periode van tien jaar waarin aflossing wordt gevraagd begint uiterlijk 24 maanden na het moment dat de bijstandsverlening is beëindigd.
Per maand zal in beginsel een aflossing plaats vinden die gelijk is aan 1/120 van de geldlening. Onder andere afhankelijk van het nieuwe inkomen kan een hogere maandelijks aflossingsbedrag gevraagd worden. Daarentegen kan, indien de individuele omstandigheden daartoe aanleiding geven, ook maandelijks een lager aflossingsbedrag worden vastgesteld.
In dit artikel is aangegeven dat maandelijks een aflossing moet worden gedaan. Blijft die aflossing vanwege nalatigheid achterwege dan is het nog niet afgeloste deel van de geldlening terstond opeisbaar en is belanghebbende vanaf het moment van verzuim de wettelijke rente, voor niet handelstransacties, verschuldigd.
Artikel 6 Rente geldlening
Wanneer er, binnen de periode van 10 jaar, sprake is geweest van lager aflossingsbedrag die niet kon worden gecompenseerd door hogere aflossingsbedragen op andere tijdstippen, wordt voor het nog niet afgeloste deel van de geldlening uitstel van betaling verleend. De belanghebbende blijft daarentegen wel rente verschuldigd. De rente die belanghebbende dan verschuldigd is, is de wettelijke rente, voor niet handelstransacties, minus drie procent.
Het kan voorkomen dat de belanghebbende weliswaar wel de rente (of een gedeelte daarvan) kan opbrengen maar daardoor niet aan aflossen toe komt. De renteverplichting belemmert dan het aflossen. Om dit te vermijden wordt de betaling eerst tot ten hoogste het bedrag van de renteverplichting aangemerkt als aflossing.
De rente die daardoor telkens niet betaalt kan worden zal, omdat er wordt afgelost, op termijn afnemen. Omdat over de daardoor ontstane rentevordering geen rente verschuldigd is loopt de totale schuld niet oneindig op. Wanneer de geldlening op enig moment geheel is afgelost zal de renteverplichting die op dat moment moet worden berekend nul euro zijn. Het tot dat moment totaalbedrag aan rentevorderingen wordt op de gebruikelijke wijze afgehandeld.
Over deze rentevorderingen is geen rente verschuldigd. Dit, in tegenstelling tot de renteverplichting bij schuldige nalatigheid.
Artikel 7 Verkoop of vererving woning
In dit artikel is geregeld dat bij verkoop van de woning of bij vererving de geleende bijstand, althans het restant van de geldlening, alsmede de eventueel bijgeschreven rentevordering direct bij de overdracht wordt afgerekend.
Dit geldt in principe ook bij verkoop tijdens het ontvangen van bijstand wanneer er dringende redenen zijn om te verhuizen. Desondanks wordt in het 2e lid de mogelijkheid gegeven tot verwisseling van het onderpand.
Artikel 8 Opnieuw recht binnen twee jaar
Bij een niet al te lange onderbreking van de bijstandsverlening moet er van worden uitgegaan dat de nieuwe bijstandsbehoeftigheid niet los kan worden gezien van die daarvoor. Daarom is geregeld dat in gevallen waarin geen sprake is van een duurzame onderbreking, de laatste berekening van het bedrag van de maximale geldlening wordt gehanteerd. Voor zover binnen een periode van twee jaar het maximale bedrag van die lening nog niet is aangesproken, bijv. door voortijdige beëindiging van de bijstand, wordt de te verlenen bijstand dan ook ten laste daarvan geboekt.
Is het maximale bedrag volledig aangesproken en vindt bijstandsverlening verder om niet plaats en de belanghebbende doet na een korte onderbreking opnieuw een beroep op bijstandsverlening dan dient, voor zover de periode van onderbreking korter heeft geduurd dan twee jaar, niet opnieuw een krediethypotheek gevestigd te worden. De bijstandsverlening vindt daardoor dus om niet plaats.
In het geval er wel sprake is van een duurzame onderbreking (= onderbreking van meer dan twee jaar) dient te allen tijde een nieuwe krediethypotheek te worden gevestigd. Dit ongeacht of bijstandsverlening voor het laatst in de vorm van een krediethypotheek of om niet plaatsvond.
Het spreekt voor zich dat het op dat moment nog openstaande saldo van de geldlening onder verband van krediethypotheek, als een op de woning drukkende schuld in de berekening wordt meegenomen.
Artikel 9 Opgave stand van geldlening en rentevorderingen
Tijdens de looptijd van de lening wordt aan de belanghebbende een opgave verstrekt van de stand van de geldlening en van de eventueel opgeboekte rentevorderingen.
Artikel 10 inwerkingtreding
Deze regeling is niet van toepassing voor de belanghebbende die op 31 december 2014 recht had op bijstand, en eigenaar was van een door hemzelf of zijn gezin bewoonde woning met bijbehorend erf.
Ten aanzien van de besluiten van bijstandsverlening onder verband van een krediethypotheek, welke op grond van de ABW, Abw of WWB (tot 1 januari 2015) zijn verleend blijft het destijds bepaalde en als zodanig opgenomen in het desbetreffende besluit en/ of akte van krediethypotheek van toepassing.