1. Het college zorgt voor een rechtmatige en doelmatige uitvoering van de wet,
waaronder de bestrijding van fraude en tevens van misbruik en oneigenlijk gebruik van
de wet.
2. Het college stelt een handhavingsplan vast waarin ten minste staat
beschreven:
a. de wijze waarop het college informatie geeft over de rechten en plichten die zijn
verbonden aan het ontvangen van een uitkering en over de consequenties van fraude,
misbruik en oneigenlijk gebruik;
b. de maatregelen gericht op fraudepreventie;
c. de wijze van controle bij de aanvraag, de voortzetting en bij beëindiging van de
uitkering;
d. de handelwijze bij inconsistenties, alsmede het gebruik van signaal- en
risicosturing bij de beoordeling van het recht op uitkering;
e. de uitvoering van onderzoeken en bestandsvergelijkingen waarbij actuele gegevens
worden gecontroleerd en vergeleken.
Artikel 2.
Opdracht aan het college
Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015