1. Indien de belanghebbende onjuiste, onvolledige of in het geheel geen inlichtingen
verstrekt die van belang zijn of kunnen zijn voor de bepaling van de hoogte, de duur
en de voortzetting van de uitkering of de inkomensvoorziening, legt het college een
boete op conform de wettelijke bepalingen.
2. Bij herhaling van de schending van de inlichtingenplicht (recidive), als bedoeld
in de artikelen 8, lid 1, onder d en 60b van de Participatiewet, worden de bepalingen
in de Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive toegepast.
3. Indien de belanghebbende gedragingen vertoont, waardoor algemeen geaccepteerde
arbeid niet wordt behouden of één van de verplichtingen gericht op arbeidsinschakeling
of tegenprestatie op grond van artikel 9, 9a, 18, lid 4 en 55 Participatiewet,
respectievelijk artikel 37 en 38 IOAW of IOAZ, niet of onvoldoende worden nagekomen,
een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan
heeft getoond, als bedoeld in artikel 18, lid 2, Participatiewet of zich zeer ernstige
misdraagt jegens de met de uitvoering van deze wet belaste personen en instanties
tijdens het verrichten van hun werkzaamheden als bedoeld in artikel 9, lid 6
Participatiewet, wordt overeenkomstig de Maatregelverordening een maatregel
opgelegd.
Artikel 3.
Boeten, recidive en maatregelen
Onderdeel van Handhavingsverordening Participatiewet, IOAW en IOAZ Opsterland 2015