Voor de toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 Wabo, juncto artikel 4 lid 3 van bijlage II van het Bor, komt in aanmerking een bouwwerk geen gebouw zijnde, met inachtneming van de volgende bepalingen:
de hoogte van erf- en terreinafscheidingen mag niet meer dan 2,20 meter bedragen, met dien verstande dat het gedeelte voor de voorgevelrooilijn nooit meer dan 1 meter mag bedragen, uitgezonderd op bedrijventerreinen;
bij het plaatsen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde op het erf grenzend aan de openbare weg dient sprake te zijn van een bouwwerk van open constructie;
de hoogte van reclame-uitingen voor de voorgevel (voorerf) mag niet meer bedragen dan 25% van de hoogte van het gebouw, waarbij de reclame-uiting wordt geplaatst bij een breedte van maximaal 1,50 meter. Bij een breedte van de reclame-uiting van 2,50 meter, mag de hoogte maximaal 1 meter bedragen; reclames, die vlak tegen de gevel wordt aangebracht, mogen in beginsel niet hoger
worden bevestigd dan de onderkant van de raamdorpels van de eerste verdieping;
reclame loodrecht op de gevel, mag een maximale hoogte hebben van 1 meter, een maximale uitsteek, inclusief constructie, van 1 meter en een maximale dikte van 75 cm.
de hoogte van overige andere bouwwerken mag niet meer dan 3 meter bedragen, waarbij voor een bijzonder ander bouwwerk zoals een vlaggenmast, afvoerpijp biomassa-installatie, speeltoestel, hooiberg een andere hoogte mag worden aangehouden. Zonnepanelen dienen binnen het bouwvlak, dan wel direct aansluitend daaraan, te worden opgericht.
op een plat dak is een balustrade met een hoogte van 1,50 meter toegestaan op een afstand van tenminste 2 meter van de dakrand, indien deze dichter dan 2 meter vanaf de perceelgrens is gelegen.
zonnepanelen mogen op een plat dak worden geplaatst, vanaf de dakrand, die grenst aan een belendend perceel, oplopend tot een hoogte van 1 meter.
Hoofdstuk 3:
Artikel 4
: BOUWWERK, GEEN GEBOUW ZIJNDE OF GEDEELTE VAN EEN DERGELIJK BOUWWERK
Onderdeel van Beleidsregels kruimelgevallen