Voor de toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2 Wabo, juncto artikel 4, lid 4 van bijlage II van het Bor komt in aanmerking een dakkapel, dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding, met inachtneming van de volgende bepalingen:
ten aanzien van een dakkapel of gelijksoortige uitbreiding, geldt dat een dakkapel een ondergeschikte toevoeging dient te zijn in het dakvlak;
ten aanzien van een dakopbouw of gelijksoortige uitbreiding geldt dat deze mag worden opgericht, met dien verstande dat:
het om maximaal één bouwlaag, boven op de oorspronkelijke bouwlaag, gaat;
de hoogte niet meer mag bedragen dan 3 meter, gemeten vanaf de oorspronkelijke bouwhoogte;
de dakopbouw minimaal 1 meter achter de oorspronkelijke buitengevels (voor- achter- zijgevels) wordt opgebouwd;
uitbreiding van een bouwwerk met een bouwdeel van ondergeschikte aard, zoals liftopbouwen, schoorstenen, ventilatiekanalen, airco-units, luchtbehandelingsinstallaties, glazenwassersinstallaties, brandtrappen of bouwwerken die samenhangen met installaties binnen een gebouw.
Hoofdstuk 3:
Artikel 5
: DAKKAPEL, DAKOPBOUW OF GELIJKSOORTIGE UITBREIDING
Onderdeel van Beleidsregels kruimelgevallen