Als de bezoldiging van een medewerker blijvend verlaagt door het buiten zijn toedoen beëindigen of verminderen van een toelage voor onregelmatigheid of beschikbaarheid, als bedoeld in artikel 15 en 16, dan wordt een aflopende toelage toegekend wanneer:
de verlaging ten minste 3% bedraagt van de som van het salaris en de toelage, en
de medewerker de toelage - als bedoeld in artikel 15 en 16 - ten minste twee jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft ontvangen.
Een medewerker van 60 jaar of ouder behoudt, in afwijking van lid 1, zijn toelage - als bedoeld in artikel 15 en 16 - als hij deze toelage gedurende ten minste 10 jaren zonder wezenlijke onderbreking heeft ontvangen.
Als een medewerker een (aflopende) afbouwtoelage – volgens lid 1 – ontvangt en de leeftijd van 60 jaar bereikt, dan gaat deze afbouwtoelage over in een blijvende toelage als bedoeld in lid 2 en wordt deze niet verder afgebouwd. De medewerker moet dan wel gedurende ten minste 10 jaren een toelage – als bedoeld in artikel 15 en 16 - hebben ontvangen.
Onder wezenlijke onderbreking wordt een onderbreking van langer dan twee maanden verstaan.
Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van dit artikel nadere regels vaststellen.