Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 32

Onbetaald verlof (CAR-UWO art. 4:3, 6:5, 6:9, 6:10, 6:11, 6:12, 6a:9)

Onderdeel van Werktijden en verlof

Een medewerker kan bij het college een verzoek indienen voor geheel of gedeeltelijk onbetaald verlof. Voorwaarden voor het opnemen van onbetaald verlof: minimaal 1 jaar in dienst van de gemeente; duur verlof minimaal 1 en maximaal 18 maanden (ook bij deeltijdverlof); jaarlijks maximaal 1 periode onbetaald verlof, in een periode van 5 jaar maximaal 18 maanden verlof; minstens 3 maanden voor ingangsdatum aanvragen; werkgever beslist uiterlijk 2 maanden na ontvangst van het verlofverzoek en stuurt daarvan schriftelijk bericht; tussentijdse beëindiging alleen wanneer zowel de werkgever als de medewerker hiermee instemmen; als er tijdens het onbetaald verlof betaalde arbeid wordt verricht, kan de werkgever het verlof intrekken. Als een medewerker tijdens het gedeeltelijk onbetaald verlof ziek wordt eindigt het verlof na 2 weken. Bij volledig verlof is het uitgangspunt dat het verlof niet stopt bij ziekte. In schrijnende gevallen kan de werkgever als de ziekte langer duurt dan 2 weken toch besluiten om het verlof te beëindigen. Dit kan niet bij verlof voorafgaand aan pensionering. Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof.

Rechtspraak bij dit artikel