Een medewerker kan bij het college een verzoek indienen voor geheel of gedeeltelijk onbetaald verlof. Voorwaarden voor het opnemen van onbetaald verlof:
minimaal 1 jaar in dienst van de gemeente;
duur verlof minimaal 1 en maximaal 18 maanden (ook bij deeltijdverlof);
jaarlijks maximaal 1 periode onbetaald verlof, in een periode van 5 jaar maximaal 18 maanden verlof;
minstens 3 maanden voor ingangsdatum aanvragen;
werkgever beslist uiterlijk 2 maanden na ontvangst van het verlofverzoek en stuurt daarvan schriftelijk bericht;
tussentijdse beëindiging alleen wanneer zowel de werkgever als de medewerker hiermee instemmen;
als er tijdens het onbetaald verlof betaalde arbeid wordt verricht, kan de werkgever het verlof intrekken.
Als een medewerker tijdens het gedeeltelijk onbetaald verlof ziek wordt eindigt het verlof na 2 weken. Bij volledig verlof is het uitgangspunt dat het verlof niet stopt bij ziekte. In schrijnende gevallen kan de werkgever als de ziekte langer duurt dan 2 weken toch besluiten om het verlof te beëindigen. Dit kan niet bij verlof voorafgaand aan pensionering. Het onbetaalde verlof eindigt op de eerste dag van het zwangerschaps- en bevallingsverlof.
Hoofdstuk
Artikel 32
Onbetaald verlof (CAR-UWO art. 4:3, 6:5, 6:9, 6:10, 6:11, 6:12, 6a:9)
Onderdeel van Werktijden en verlof