Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 5

Afzien van verlaging

Onderdeel van Maatregel- en boeteverordening inkomensvoorzieningen Zaanstad 2015

1.. Het college ziet af van een verlaging als: elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt, of de gedraging meer dan zes maanden voor constatering daarvan door het college heeft plaatsgevonden. 2.. Het college kan afzien van een verlaging als het daarvoor dringende redenen aanwezig acht. 3.. Als het college afziet van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt een belanghebbende hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld. 4.. Het college kan volstaan met een waarschuwing in plaats van een maatregel, als sprake is van een gedraging zoals genoemd in artikel 8 en 9.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel