Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 5

Inkomsten uit (onder)verhuur woning en kostcontracten

Onderdeel van Beleidsregel woonsituaties in Participatiewet Zwolle 2015

Op grond van artikel 33, vierde lid, van de wet moeten als bijzonder inkomen worden aangemerkt de lagere algemene noodzakelijke kosten als belanghebbenden de woning bewoont met een of meerdere huurders, onderhuurders of kostgangers mits de kostendelersnorm niet is toegepast (artikel 22a van de wet). Zakelijke relaties zoals (onder)huurderschap en kostgangerschap, blijven voor de kostendelersnorm buiten beschouwing. Bij deze relaties is sprake van deelname aan het economisch verkeer, waarbij de verhuurder een commerciële prijs vraagt voor de geleverde diensten. In deze situaties worden de kosten niet op dezelfde wijze gedeeld als met woningdelers die geen onderlinge zakelijke relatie met elkaar hebben. Om tot een uniforme richtlijn te komen is gekozen voor de bepalingen uit de Recofa-richtlijnen. In deze richtlijn staat het bedrag dat de belanghebbende, na aftrek van een forfaitair bedrag voor kost en/of inwoning, daadwerkelijk als bijdrage in de woonlasten van de inwoner(s) ontvangt in verband met meerderjarige inwoners. Het forfaitaire bedrag kan indien er alleen sprake is van inwoning, worden gesteld op € 1,93 per dag voor energie, afschrijving van meubilair en dergelijke. Omwille van werkbaarheid is het forfaitaire bedrag omgerekend naar een maandbedrag van € 60,00. Voorbeeld: Bij inkomsten uit verhuur van € 300,00 per maand moet een bedrag van € 300,00 -€ 60,00 (forfaitaire bedrag) = € 240,00 per maand op de bijstand van belanghebbende in mindering worden gebracht. Ten aanzien van de forfaitaire kosten van een kostganger is eveneens aansluiting gezocht bij de Recofa-richtlijnen. Voor een kostganger zijn de kosten echter hoger. Het forfaitaire bedrag voor inwoning is € 1,93 per dag. Is de inwoner tevens kostganger, dan kan daarnaast voor de maaltijden € 3,00 per dag worden gerekend. Het forfaitaire bedrag voor kostgangers is afgerond op € 150,00 per maand. Voorbeeld: Een kostganger betaald een bedrag van € 500,00 per maand voor het gebruik van de woning, maaltijden en bewassing. Op de uitkering van belanghebbende moet dan een bedrag van € 500,00 – € 150,00 (forfaitaire bedrag) = € 350,00 per maand in mindering worden gebracht. Zijn er meerdere kostgangers, dan moet een schaalverdeling worden gemaakt. Voor de tweede inwoner wordt dan 80% van het forfaitaire bedrag genomen, voor de derde 70% en zo verder (deze percentages zijn berekend met behulp van de uitgaven aan voeding en budgetonderzoeken van het CBS). Voorbeeld: Kostganger 1 en 2 betalen beiden een bedrag van € 500,00 per maand per persoon voor het gebruik van de woning, maaltijden en bewassing. Het forfaitaire bedrag voor kostganger 1 is € 150,00 en het forfaitaire bedrag voor kostganger 2 is € 150,00 x 80% = € 120,00. Op de uitkering van belanghebbende moet dan een bedrag van €  730,00 per maand in mindering worden gebracht (€ 1.000,00 - € 150,00 - € 120,00 (forfaitaire bedrag kostganger 1 + 2).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel