Hieronder het plaatsingscriterium per functiecategorie:
Functiecategorie 1: sleutelfuncties
Plaatsing in deze functie gebeurt op basis van geschiktheid (“kwalitatieve toets”). De criteria voor geschiktheid voor een functie worden vastgelegd in een functieprofiel. Hierin worden de vereiste kennis, ervaring en vaardigheden vermeld waaraan de kandidaten moeten voldoen. Zijn er meerdere geschikte kandidaten voor een sleutelfunctie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst
Functiecategorie 2: ongewijzigde en licht gewijzigde functies
Deze ambtenaren worden één op één geplaatst, tenzij er in de nieuwe organisatie verminderde formatie aanwezig is dan in de oude organisatie (zie categorie: “verminderde formatie”).
Functiecategorie 3: sterk gewijzigde en nieuwe functies
Plaatsing in deze functie gebeurt op basis van geschiktheid (“kwalitatieve toets”). De criteria voor geschiktheid voor een functie worden vastgelegd in een functieprofiel. Hierin worden de vereiste kennis, ervaring en vaardigheden vermeld waaraan de kandidaten moeten voldoen.
Zijn er meerdere geschikte kandidaten voor de sterk gewijzigde of nieuwe functie, dan wordt de meest geschikte kandidaat geplaatst. Voor deze functie komt in de eerste plaats de ambtenaar in aanmerking voor wie boventalligheid dreigt of de ambtenaar die de dreigende boventalligheid van een collega kan wegnemen (zijnde de ambtenaar vallend in functiecategorie 4 of 5).
Functiecategorie 4: vervallen functies
De ambtenaar waarvan de functie is komen te vervallen, wordt boventallig verklaard tenzij hij op de peildatum op een andere functie in de nieuwe organisatie geplaatst wordt.
Functiecategorie 5: Verminderde formatie
Om te bepalen welke ambtenaar boventallig verklaard dient te worden, wordt het afspiegelingsbeginsel toegepast. De ambtenaar die op basis van voornoemd beginsel dient af te vloeien, wordt pas boventallig als hij niet wordt herplaatst in de nieuwe organisatie op de peildatum.