Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.5

Vertrekpremie bij ontslag op eigen verzoek

Onderdeel van Sociaal kader 2014 – 2017

Als de boventallige ambtenaar of de mobiliteitskandidaat erin slaagt een dienstbetrekking te verkrijgen bij een andere werkgever of hij start een eigen bedrijf en neemt vrijwillig ontslag, dan ontvangt hij een vertrekpremie. Hierbij gelden de volgende vereisten: De vertrekpremie is alleen voor de boventallige ambtenaar en de mobiliteitskandidaat; De vertrekpremie geldt alleen als de ambtenaar op eigen initiatief zijn ontslag op eigen verzoek indient; De ambtenaar is zich er van bewust is dat hij geen recht heeft op WW of BWW; De vertrekpremie is een bruto bedrag; De vertrekpremie wordt eenmalig aangeboden aan het begin van de boventalligheidsperiode. De medewerker kan hier slechts gebruik van maken in de eerste 6 maanden na de ingangsdatum van boventalligheid; Voor deeltijders geldt een vertrekpremie naar rato; Dienstjaren is gerelateerd aan de meest recente ononderbroken periode in dienst van de werkgever; De ontslagdatum is het uitgangspunt voor de berekening van het aantal dienstjaren; Er is geen sprake van WW of aanvullende voorziening bij werkloosheid; Een vertrekpremie wordt alleen toegekend bij vrijwillig ontslag binnen twee maanden na inwerkingtreding van de status van boventalligheid; Cumulatie van suppletie bij plaatsing buiten de werkgever en de vertrekpremie bij ontslag op eigen verzoek is niet mogelijk; Bij het starten van een eigen bedrijf ontvangt de boventallige de eerste helft van de premie als hij een ondernemingsplan overlegt. Na een jaar dient hij een accountantsverklaring te overleggen en ontvangt betrokkene de andere helft. Indien de ex-ambtenaar een WW-uitkering aanvraagt die ten laste van de werkgever komt, wordt de vertrekpremie teruggevorderd of verrekend met de BWW-uitkering. De vertrekpremie bedraagt: minder dan 5 jaar dienstjaren: 2 maanden salaris; 5 tot en met 9 jaar dienstjaren: 3 maanden salaris; 10 tot en met 14 jaar dienstjaren: 5 maanden salaris; 15 tot en met 19 jaar dienstjaren: 10 maanden salaris; 20 tot en 24 jaar dienstjaren: 15 maanden salaris; 25 tot en met 29 jaar dienstjaren: 20 maanden salaris. Als na het vertrek en de toekenning van de vertrekpremie onverhoopt sprake is van WW of BWW die ten laste worden gebracht van de werkgever, dan zal de vertrekpremie worden teruggevorderd. De vertrekpremie bedraagt in totaal niet meer dan € 75.000,- of een jaarsalaris voor de ambtenaar die meer dan € 75.000 verdient. Indien toepassing van deze suppletie bij de ambtenaar leidt tot oplegging van naheffingen, eindheffing, boete(s) en / of enige ander nadeel aan de werkgever als gevolg van de RVU (Regeling Vervroegde Uitreding) of een andere soortgelijke regeling, dan vervalt het recht op de suppletie voor de ambtenaar. Het recht op suppletie vervalt ook indien toepassing van de suppletie in strijd is met de Wet normering topinkomens of leidt tot een vermelding van de werkgever in het kader van de laatstgenoemde wet (paragraaf 4 van de Wet normering topinkomens).

Rechtspraak bij dit artikel