Naar hoofdinhoud

Paragraaf 4

Artikel 4.4

Suppletie bij externe plaatsing

Onderdeel van Sociaal kader 2014 – 2017

Voor de boventallige ambtenaar en voor de mobiliteitskandidaat geldt de volgende suppletie. Bij de overgang naar een dienstbetrekking bij een andere werkgever waar de ambtenaar een lager salaris (inclusief toelagen) zal ontvangen, krijgt de desbetreffende ambtenaar een eenmalige suppletie gebaseerd op zijn salaris en vaste toelagen. De termijn voor de aanvulling wordt als volgt bepaald: Aantal dienstjaren 0 -5 6-10 11-15 16-20 20-25 >26 Aantal maanden suppletie 6 12 18 24 30 36 De ontslagdatum is het uitgangspunt voor de berekening van het aantal dienstjaren. Voor de bepaling van het recht en de hoogte van de suppletie geldt het gemiddelde van het (bruto) salaris en vaste (persoons- en functie- ) toelagen over de drie maanden voorafgaand aan de datum waarop het dienstverband met de nieuwe werkgever van kracht wordt en het brutosalaris van de nieuwe werkgever inclusief vaste (persoons- en functie-) toelagen. Het verschil tussen het (bruto) salaris met vaste toelagen bij de werkgever en dat van de nieuwe werkgever mag niet meer bedragen dan 15%. De suppletie bedraagt in totaal niet meer dan € 75.000,- of een jaarsalaris voor de ambtenaar die meer dan € 75.000 verdient. Indien toepassing van deze suppletie bij de ambtenaar leidt tot oplegging van naheffingen, eindheffing, boete(s) en / of enige ander nadeel aan de werkgever als gevolg van de RVU (Regeling Vervroegde Uitreding) of een andere soortgelijke regeling, dan vervalt het recht op de suppletie voor de ambtenaar. Het recht op suppletie vervalt ook indien toepassing van de suppletie in strijd is met de Wet normering topinkomens of leidt tot een vermelding van de werkgever in het kader van laatstgenoemde wet (paragraaf 4 van de Wet normering topinkomens). Cumulatie van de suppletie en de vertrekpremie bij ontslag op eigen verzoek is niet mogelijk.

Rechtspraak bij dit artikel