**1..** Het college verstrekt aan uitkeringsgerechtigden die onbeloonde additionele werkzaamheden verrichten conform artikel 10a, zesde lid van de wet, artikel 38a van de IOAW en artikel 13 van deze verordening een premie van telkens maximaal € 300,00.
**2..** De hoogte van de premie is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande 6 maanden en bedraagt:
bij een gemiddelde uren inzet van 8 tot 16 uur per week, 25% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 16 tot 24 uur per week 50% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 24 tot 32 uur per week 75% van het in het eerste lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet van 32 tot 40 uur per week 100% van het in het eerste lid genoemde bedrag.
**3..** Het recht op een premie als bedoeld in het eerste lid wordt elke zes maanden beoordeeld.
**4..** De premie wordt geweigerd wanneer bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorafgaande zes maanden heeft geschonden.
**5..** Onverminderd het eerste lid komen ook personen als bedoeld in artikel 7, derde lid van de wet voor een premie in aanmerking wanneer zij aan alle voorwaarden voldoen.
hoofdstuk 5.
Artikel 28.
Premie participatiebaan
Onderdeel van Re-integratieverordening WWB, IOAW en WIJ gemeente Tytsjerksteradiel 2010