Om te kunnen bepalen of de situaties zoals onder 10.3. a en b
verhuizen of een woningaanpassing noodzakelijk is, moet niet alleen
gekeken worden naar de huidige, maar ook naar de in de toekomst te
verwachten noodzakelijke aanpassingen. Daarnaast zijn een aantal
factoren van belang die een rol spelen in deze afweging:
Tijdelijke oplossingen met hulpmiddelen of leenartikelen
bieden geen oplossing.
Soort aanpassing van de woning: moeten in de nieuw te
betrekken woning (bijna) dezelfde soort woningaanpassingen
uitgevoerd worden? Zie voorbeeld artikel 10.3.
Kosten: Wat is goedkoopst adequaat. Een vergelijking van de
aanpassingskosten huidige woonruimte versus
aanpassingskosten nieuwe woonruimte. Indien de kosten gelijk
of minder zijn worden de noodzakelijke woningaanpassingen
als maatwerkvoorziening in de huidige woning verstrekt, mits
aan de overige voorwaarden wordt voldaan.
De snelheid waarmee het probleem moet worden opgelost:
indien binnen een medisch verantwoorde periode geen
geschikte woning vrijkomt of wordt gevonden dan wel wordt
aangeboden, dan kan de cliënt alsnog voor een
woningaanpassing in aanmerking komen. Het moet wel
aantoonbaar zijn dat er geen geschikte woning is geweest en
dat de cliënt voldoende inspanning heeft verricht om een
geschikte woning te vinden dan wel te accepteren. Wat een
verantwoorde periode is, zal in grote mate afhankelijk zijn
van de beperkingen die de cliënt ondervindt en de prognose
van zijn/haar functioneren in zelfredzaamheid en
participatie. Hiervoor is meestal een medisch advies nodig.
Sociale factoren: hierbij wordt gekeken naar binding met de
huidige woonwijk en de nabijheid van belangrijke
voorzieningen. Mantelzorg en aanwezigheid van kennissen en
familie worden in de afweging meegenomen als die zodanig is
dat daardoor opname in een instelling of intensieve
ondersteuning vanuit de Wmo kan worden voorkomen. Ook de
wensen voor een bepaalde woonplaats spelen mee in relatie
tot de plek van de beoogde nieuwe woning. Als de cliënt zijn
werk aan huis heeft (eigen bedrijf) of in de directe
omgeving werkt, moeten de consequenties van een verhuizing
ook vanuit de bedrijfsmatige kant worden meegewogen.
Woonlasten: woonlasten zijn afhankelijk van
huursubsidiemogelijkheden. Een verhuizing mag niet dusdanig
hoge woonlasten met zich meebrengen dat deze niet op te
brengen zijn voor de cliënt .
De medische prognose: indien vaststaat dat iemands toestand
zodanig zal verslechteren, en dat als gevolg daarvan de
aanpassing slechts voor beperkte tijd zal volstaan, speelt
dat gegeven een rol in de afweging om de woning al dan niet
aan te passen. De voorziening moet adequaat zijn en voor
lange tijd volstaan.
De mogelijke gebruiksduur van de aanpassingen: een aan te
passen koopwoning heeft naar alle waarschijnlijkheid minder
kans om voor hergebruik in aanmerking te komen dan een
huurwoning van een woningcorporatie. Consequentie hiervan is
dat de eigen woning meestal voor een cliënt aangepast wordt.
Aangepaste huurwoningen kunnen opnieuw ingezet worden voor
mensen met een beperking, waardoor de gebruiksduur verlengd
wordt.
Hypotheekruimte bij koopwoning
Als de cliënt zijn huidige koopwoning (grotendeels) hypotheekvrij
heeft, kan een beroep gedaan worden op de ruimte die de financiering
van de woningaanpassing binnen de hypotheek mogelijk maakt. Dit
behoort dan tot de eigen oplossingen van de cliënt voor het ervaren
woonprobleem.
Woningaanpassingen kunnen bestaan uit
bouwkundige aanpassingen van de woning;
onderhoud, keuring, en reparatie van verstrekte
voorzieningen;
tijdelijke huisvesting i.v.m. een woningaanpassing;
uitraaskamer;
huurderving i.v.m. tijdelijk beschikbaar houden aangepaste
woning.
Deel 2 › Afdeling 10
Artikel 10.4
Verhuizen of een woningaanpassing?
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015