Naar hoofdinhoud

Deel 2 › Afdeling 10

Artikel 10.4

Verhuizen of een woningaanpassing?

Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015

Om te kunnen bepalen of de situaties zoals onder 10.3. a en b verhuizen of een woningaanpassing noodzakelijk is, moet niet alleen gekeken worden naar de huidige, maar ook naar de in de toekomst te verwachten noodzakelijke aanpassingen. Daarnaast zijn een aantal factoren van belang die een rol spelen in deze afweging: Tijdelijke oplossingen met hulpmiddelen of leenartikelen bieden geen oplossing. Soort aanpassing van de woning: moeten in de nieuw te betrekken woning (bijna) dezelfde soort woningaanpassingen uitgevoerd worden? Zie voorbeeld artikel 10.3. Kosten: Wat is goedkoopst adequaat. Een vergelijking van de aanpassingskosten huidige woonruimte versus aanpassingskosten nieuwe woonruimte. Indien de kosten gelijk of minder zijn worden de noodzakelijke woningaanpassingen als maatwerkvoorziening in de huidige woning verstrekt, mits aan de overige voorwaarden wordt voldaan. De snelheid waarmee het probleem moet worden opgelost: indien binnen een medisch verantwoorde periode geen geschikte woning vrijkomt of wordt gevonden dan wel wordt aangeboden, dan kan de cliënt alsnog voor een woningaanpassing in aanmerking komen. Het moet wel aantoonbaar zijn dat er geen geschikte woning is geweest en dat de cliënt voldoende inspanning heeft verricht om een geschikte woning te vinden dan wel te accepteren. Wat een verantwoorde periode is, zal in grote mate afhankelijk zijn van de beperkingen die de cliënt ondervindt en de prognose van zijn/haar functioneren in zelfredzaamheid en participatie. Hiervoor is meestal een medisch advies nodig. Sociale factoren: hierbij wordt gekeken naar binding met de huidige woonwijk en de nabijheid van belangrijke voorzieningen. Mantelzorg en aanwezigheid van kennissen en familie worden in de afweging meegenomen als die zodanig is dat daardoor opname in een instelling of intensieve ondersteuning vanuit de Wmo kan worden voorkomen. Ook de wensen voor een bepaalde woonplaats spelen mee in relatie tot de plek van de beoogde nieuwe woning. Als de cliënt zijn werk aan huis heeft (eigen bedrijf) of in de directe omgeving werkt, moeten de consequenties van een verhuizing ook vanuit de bedrijfsmatige kant worden meegewogen. Woonlasten: woonlasten zijn afhankelijk van huursubsidiemogelijkheden. Een verhuizing mag niet dusdanig hoge woonlasten met zich meebrengen dat deze niet op te brengen zijn voor de cliënt . De medische prognose: indien vaststaat dat iemands toestand zodanig zal verslechteren, en dat als gevolg daarvan de aanpassing slechts voor beperkte tijd zal volstaan, speelt dat gegeven een rol in de afweging om de woning al dan niet aan te passen. De voorziening moet adequaat zijn en voor lange tijd volstaan. De mogelijke gebruiksduur van de aanpassingen: een aan te passen koopwoning heeft naar alle waarschijnlijkheid minder kans om voor hergebruik in aanmerking te komen dan een huurwoning van een woningcorporatie. Consequentie hiervan is dat de eigen woning meestal voor een cliënt aangepast wordt. Aangepaste huurwoningen kunnen opnieuw ingezet worden voor mensen met een beperking, waardoor de gebruiksduur verlengd wordt. Hypotheekruimte bij koopwoning Als de cliënt zijn huidige koopwoning (grotendeels) hypotheekvrij heeft, kan een beroep gedaan worden op de ruimte die de financiering van de woningaanpassing binnen de hypotheek mogelijk maakt. Dit behoort dan tot de eigen oplossingen van de cliënt voor het ervaren woonprobleem. Woningaanpassingen kunnen bestaan uit bouwkundige aanpassingen van de woning; onderhoud, keuring, en reparatie van verstrekte voorzieningen; tijdelijke huisvesting i.v.m. een woningaanpassing; uitraaskamer; huurderving i.v.m. tijdelijk beschikbaar houden aangepaste woning.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel