Binnen 10 werkdagen na het gesprek stuurt de Wmo klantmanager de
cliënt een verslag van de uitkomsten van het onderzoek. Een
maatwerkvoorziening verstrekken we uitsluitend wanneer is
vastgesteld dat een maatwerkvoorziening noodzakelijk is voor de
zelfredzaamheid en participatie van de cliënt of ter compensatie van
de problemen bij het zich handhaven in de samenleving.
In het onderzoeksverslag worden de onderstaande gegevens
vastgelegd.
Naam, adres, telefoonnummer, geboortedatum van de persoon
met beperkingen.
Overige gegevens: datum ondersteuningsvraag,
registratienummer, datum advies.
Vraagstelling van de persoon met beperkingen: wat is het
probleem en welke oplossingen wil de persoon met
beperkingen?
Omschrijving van het functioneren en omstandigheden volgens
het ICF.
Toekomstverwachting: wat is de prognose van het functioneren
van de cliënt? Is dit geobjectiveerd en onderbouwd?
Probleemanalyse van:
persoonlijke aspecten
sociale aspecten
omgevingsfactoren
financiële aspecten: Als meerdere oplossingen
mogelijk zijn, zal de gemeente een
kosten/batenanalyse maken.
technische aspecten en belemmeringen, zoals
bouwvoorschriften, materiaalkeuze, normen voor
belichting verwarming, bediening van voorzieningen.
Woonsituatie: bereikbaarheid en bruikbaarheid;
soort/ligging van de woning, huur/eigenaar-bewoner,
bestemmingsplan, continuïteit van het object.
Welke eigen oplossingen zijn mogelijk samen met
gebruikelijke hulp en het sociale netwerk; welke algemeen
gebruikelijke, voorliggende en algemene voorzieningen bieden
een adequate oplossing voor de ervaren problemen;
Wel of geen noodzaak tot het indienen van een Wmo aanvraag
voor een maatwerkvoorziening;
Gemaakte afspraken
Door wie en hoe is het onderzoek gedaan?
Toelichting ICF
De ICF bestaat uit de volgende componenten:
1. Functies zijn eigenschappen van het menselijk organisme
onderverdeeld in:
mentale functies,
zintuiglijke functies
fysieke functies
Bij een stoornis is er sprake van afwijkingen of verlies van
functies. De cliënt heeft ergens er last van. Als een of meerdere
functies gestoord zijn kan dit leiden tot beperkingen en
participatieproblemen.
Bijvoorbeeld: ik heb last van kortademigheid en daardoor kan ik niet
ver meer lopen. De bushalte is te ver weg en nu kan ik niet meer
naar mijn zus op bezoek gaan.
Bijvoorbeeld: het is zo druk in mijn hoofd en daardoor kan ik me
niet goed concentreren. Als ik iets moeilijks moet doen lukt dat
niet en dan word ik gauw boos. Hierdoor heb ik veel ruzie, ook met
mijn buren
2. Anatomische eigenschappen: aanwezigheid en eigenschappen van
onderdelen van het menselijk lichaam, zoals
zenuwstelsel,
hart-vaatstelsel .
ademhalingsstelsel
etc.
Bij deze categorie gaat het om de diagnose of handicap die door een
arts wordt vastgesteld. De klantmanager mag deze eigenschappen niet
beoordelen.
3. Activiteiten en participatie:
Activiteiten zijn onderdelen van iemands handelen, zoals koken,
traplopen, fietsen, betalen in de winkel.
Participatie is iemands deelname aan de maatschappij
leren en toepassen van kennis
algemene taken en eisen
communicatie
mobiliteit
zelfverzorging
huishouden
tussenmenselijke interacties en relaties
belangrijke levensgebieden
maatschappelijk, sociaal en burgerlijk leven
Beperkingen zijn gevolgen van de functiestoornis. Bij beperkingen in
activiteiten gaat het om de moeilijkheden die iemand heeft met het
uitvoeren van de activiteit. Wat betekent dit voor de
zelfredzaamheid en participatie van de cliënt?
Bij participatieproblemen gaat het om de moeilijkheden die iemand
heeft met het deelnemen aan het maatschappelijk leven. Wat betekent
dit voor het wonen in de eigen leefomgeving? Wat betekent dit voor
het vermogen zich te handhaven in de samenleving?
4. Factoren
Externe factoren zijn factoren in iemands fysieke en sociale
omgeving die van invloed zijn op het functioneren. Bijvoorbeeld:
welke mantelzorgers zijn betrokken bij de cliënt, het type woning,
welke hulpmiddelen zijn al beschikbaar etc.
Persoonlijke factoren die van invloed zijn op het functioneren.
Bijvoorbeeld leeftijd, opleiding, samenwonend of alleenstaand
etc.
Onderzoeksverslag
Het onderzoeksverslag wordt samen met een begeleidende brief naar de
cliënt of diens vertegenwoordiger gestuurd. Naast de uitkomst van
het onderzoek, wordt in de brief aangegeven dat de cliënt het
verslag voor gezien of akkoord kan tekenen. Het ondertekende
onderzoeksverslag wordt aan het dossier toegevoegd. Als de cliënt
het onderzoeksverslag niet binnen 15 werkdagen retourneert wordt hij
geacht akkoord te zijn.
Deel 1 › Hoofdstuk 3
Artikel 3.4
Onderzoeksverslag
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015