De gemeente Ridderkerk kan niet zonder inwoners, die zich
medeverantwoordelijk voelen voor de beleidsbepaling en uitvoering
van de zorg en ondersteuning.
Belangrijk is dat de nieuwe doelgroepen van de decentralisatie zoals
mensen met een verstandelijke beperking en met GGZ-problematiek hier
ook bij betrokken worden.
In de verordening nemen wij op hoe wij aan deze betrokkenheid
invulling geven. De gemeente initieert periodiek overleg, stelt in
overleg met inwoners de agenda samen, voorziet ruimhartig en tijdig
in de benodigde informatie en ondersteuning. Ook op andere wijze
wordt de inbreng van inwoners en contactgroepen actief bevorderd.
Hierbij wordt een combinatie gezocht met andere instrumenten die de
mening van cliënten naar boven brengen zoals het klant
ervaringsonderzoek. Bijvoorbeeld via cliëntenraden van organisaties
en sociale teams die in contact staan met de inwoners in het
algemeen en de kwetsbare inwoners in het bijzonder. De gemeente
betrekt de inwoners ook via de reguliere lokale communicatiekanalen.
Verwacht wordt dat betrokkenheid steeds vaker via wijkbladen en
digitale middelen (sociale media) zal worden gezocht. Daarnaast
stimuleert de gemeente haar inwoners om via de daarvoor geëigende
politieke en bestuurlijke kanalen op eigen initiatief niet alleen
vragen te stellen maar ook antwoorden te geven.
In Ridderkerk geeft het Wmo-burgerplatform gevraagd en ongevraagd
advies aan het gemeentebestuur bij het initiëren, ontwikkelen en
uitvoeren van plannen voor de Ridderkerkse samenleving. Naast het
Wmo-burgerplatform is er het Burgerplatform voor de Minima.
Samenwerking tussen de burgerplatforms van de 3 gemeenten gebeurt
door uitwisseling van uitgebrachte adviezen en informatie over de
opvolging daarvan door het bestuur waarbij de eigenheid van de
lokale samenleving de rode draad vormt.
Deel 1 › Hoofdstuk 4
Artikel 4.7
Betrekken van ingezetenen bij het beleid
Onderdeel van Beleidsregels Wet maatschappelijke ondersteuning Ridderkerk 2015