Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Reiskosten eigen vervoer

Onderdeel van Regeling Woon/werkverkeer (2015)

1.. Aan de ambtenaar die ten behoeve van het woon-werkverkeer gebruik maakt van eigen middelen van vervoer wordt, rekening houdend met de hierna volgende bepalingen, maandelijks een tegemoetkoming toegekend. 2.. De tegemoetkoming wordt toegekend indien de enkele reisafstand tussen het woonhuis van de ambtenaar en de standplaats méér bedraagt dan 10 kilometer*. De tegemoetkoming wordt echter maximaal berekend over een enkele reisafstand van 37 kilometer, hetgeen overeenkomt met de reisafstand die de begrenzing vormt van het door burgemeester en wethouders aangewezen woongebied (als vermeld in artikel 1 van de “Regeling aanvulling verplaatsingskosten”). 3.. De enkele reisafstand, overeenkomstig de leden 1 en 2, wordt vermenigvuldigd met 2 (de afstand heen en terug) en het aantal werkdagen dat de ambtenaar gewoonlijk reist evenals met een factor 13/3 (aantal weken per kwartaal gedeeld door aantal maanden per kwartaal) waardoor het gemiddelde aantal woon-werkkilometers per maand ontstaat. 4.. Het berekende gemiddeld aantal kilometers per maand wordt gecorrigeerd met een factor 214/260 gezien de fiscale voorschriften over een reëel aantal van gemiddeld 214 werkdagen per jaar. 5.. Voor het ingevolge lid 3 berekende aantal kilometers wordt een vergoeding per kilometer toegekend ad. € 0,10. 6.. Het ingevolge de leden 2, 3 en 4 berekende bedrag wordt maandelijks als tegemoetkoming in de reiskosten via het salaris uitgekeerd. 7.. Wanneer de ambtenaar, als gevolg van roosterinvulling, structureel wisselend (bijvoorbeeld 4 en 5 dagen) per week werkt wordt bij de berekening van de tegemoetkoming uitgegaan van het gemiddeld aantal werkdagen per week (in het voorbeeld derhalve 4 + 5 : 2 = 4½dag). *NB Voor fusiepersoneel (in dienst op 31-12-2003) geldt een overgangsbepaling, zie artikel 6.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel