De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de
activiteiten waarvoor de subsidie is verstrekt, niet zullen worden verricht, gedeeltelijk zullen worden verricht of gewijzigd zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.