De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als re-integratieinstrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). Bij het opdragen van een tegenprestatie toetst burgemeester en wethouders of deze niet tot verdringing op de arbeidsmarkt leidt.
De toets op verdringing gebeurt op basis van de in artikel 2 van deze beleidsregels genoemde criteria. Dat betekent dat werkzaamheden in het kader van een tegenprestatie niet om werkzaamheden mogen betreffen waar een betaling tegenover staat, het geen werkzaamheden betreft waarvoor iemand normaal gesproken betaald wordt of waarvoor eerder (minder dan één jaar geleden) nog betaald werd en er geen vacature openstaat voor dezelfde of bijna dezelfde werkzaamheden als die in het kader van de tegenprestatie uitgevoerd zouden worden.
Per toetsmoment zal afzonderlijk bekeken worden of er sprake is van verdringing. Hierbij is de lokale context en arbeidsmarkt relevant. Werkzaamheden kunnen in Gouda verdringend zijn voor de arbeidsmarkt, maar in een andere gemeente mogelijk niet, én vise versa.