De gemeente hanteert de maximale bedragen van artikel 3.1, eerste lid, van het landelijk Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan die genoemd in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.
Voor maatwerkvoorzieningen wordt een eigen bijdrage gevraagd zolang de voorziening in gebruik is en de kostprijs niet wordt overschreden. Voorzieningen waarvoor wettelijk geen eigen bijdrage geheven mogen worden zijn omschreven in de Beleidsregels Artikel 6.2.
De duur van de eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen in eigendom die met een pgb verstrekt worden geldt een afschrijvingstermijn die is bepaald op:
Vervoersvoorzieningen : 7 jaar
Roerende woonhulpmiddelen : 7 jaar
Woningaanpassing, niet zijnde een aanbouw : 10 jaar
Woningaanpassing in de vorm van een aanbouw : 15 jaar
Voor hulp bij het huishouden in natura betaalt de cliënt een eigen bijdrage op basis van de feitelijk geleverde uren.
De eigen bijdrage is verschuldigd voor zowel verstrekkingen in natura als in pgb. De eigen bijdrage mag niet uit het pgb betaald worden.
De eigen bijdragen voor maatwerkvoorzieningen en pgb zijn inkomensafhankelijk. Deze worden door het CAK vastgesteld en geïnd. De collectieve ziektekostenverzekering die de gemeente aanbiedt voor de minima, vergoedt deze kosten.
Bij het CAK wordt de maatwerkvoorziening ingevoerd voor de tijd dat de voorziening in gebruik is, met vermelding van de kostprijs van de voorziening.
Hoofdstuk 2
Artikel 12
Hoogte eigen bijdrage
Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Ridderkerk 2015