**1..** Onverminderd het bepaalde in artikel 42 van de wet, verlaagt het college, in overeenstemming met deze verordening, het bedrag van de aan de belanghebbende toegekende inkomensvoorziening, indien de belanghebbende naar het oordeel van het college de op hem rustende verplichtingen, zoals bedoeld in hoofdstuk 5 van de wet, of de uit artikel 30c, tweede lid of derde lid, van de wet SUWI voortvloeiende verplichtingen, niet of onvoldoend nakomt, dan wel zich tegenover het college zeer ernstig misdraagt.
**2..** Het college kan afzien van een verlaging van de inkomensvoorziening en volstaan met het geven van een waarschuwing, tenzij het niet of niet behoorlijk nakomen van de verplichting plaatsvindt binnen een periode van één jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een waarschuwing is gegeven.
**3..** Het college ziet af van het verlagen van de inkomensvoorziening, indien elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt.
**4..** Het college heroverweegt een besluit tot verlagen van de inkomensvoorziening binnen een door hem te bepalen termijn die ten hoogste drie maanden bedraagt, voor zover het een verlaging van de inkomensvoorziening betreft die over een periode langer dan drie maanden is opgelegd.
HOOFDSTUK 2
Artikel 2
– Verlagen van de inkomensvoorziening
Onderdeel van Verordening verlagen van de inkomensvoorziening wet investeren in jongeren Leidschendam-Voorburg 2010