**1..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging wanneer:
**a..** elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
**b..** de gedraging meer dan één jaar vóór constatering van die gedraging door het college heeft plaatsgevonden, tenzij de gedraging een schending van de inlichtingenplicht inhoudt en als gevolg van die gedraging ten onrechte uitkering is verleend. Een verlaging wegens schending van de inlichtingenplicht wordt niet opgelegd na verloop van vijf jaren nadat de betreffende gedraging heeft plaatsgevonden; of
**c..** kan worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing
**2..** Het college kan afzien van het opleggen van een verlaging wanneer het daarvoor dringende redenen aanwezig acht.
**3..** Wanneer het college afziet van het opleggen van een verlaging op grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
**4..** Wanneer het college afziet van het opleggen van een verlaging omdat kan worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, wordt de belanghebbende daarvan schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 7.