Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10.

Tijdstip van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van een marktprecariobelasting 2010

1. De bij wege van aanslag geheven belasting moet, in afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990, worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste twee bedraagt. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld. De volgende termijnen vervallen telkens een maand later. 2. Indien de dagtekening van de aanslag is gelegen na de vijftiende dag van de maand, vervalt – in zoverre in afwijking van het eerste lid – de eerste termijn op de laatste dag van de maand volgend op de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet. 3. In afwijking van het eerste lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de aanslag,meer is dan € 100,--, doch minder is dan € 3.000,-- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in elf gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 4. De bij wege van schriftelijke gedagtekende kennisgeving geheven belasting moet, in afwijking van artikel 9 eerste lid van de Invorderingswet 1990, worden betaald op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending binnen veertien dagen na dagtekening van de kennisgeving. 5. De algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel