1.
Voor de toepassing van artikel 4, eerste lid, wordt de som van de oppervlakte van de voorwerpen in aanmerking genomen, ongeacht of een voorwerp zich in, op of boven de voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond bevindt.
2.
De oppervlakte van ieder voorwerp wordt bepaald op tenminste 0,25 m2. De som van de oppervlakte van de voorwerpen wordt bepaald op ten hoogste de oppervlakte van de standplaats.
Artikel 6. Tussentijdse aanvang belastingplicht
Indien de belastingplicht voor een vaste plaats in de loop van het jaar aanvangt, wordt in het geval dat de belastingplichtige kiest voor heffing van de belasting per jaar, de belasting berekend over het aantal volle weken van het jaar dat resteert bij de aanvang van de belastingplicht.
Artikel 7. Ontstaan van de belastingschuld
De belasting is verschuldigd bij de aanvang van de belastingplicht.
Artikel 8. Ontheffing
Indien de belasting wordt geheven per jaar, wordt over het aantal weken dat van de vaste plaats geen gebruik is gemaakt, ontheffing verleend indien:
a.
de aan de belastingplichtige verleende vergunning is ingetrokken.
b.
de belastingplichtige aantoont dat hij ten gevolge van ziekte gedurende een
aaneengesloten periode van tenminste vier weken de vaste plaats niet heeft kunnen
innemen en hij gedurende die periode de vaste plaats niet door een ander heeft laten innemen.
Artikel 9. Heffingstijdvak en wijze van heffing
1.
De belasting voor een vaste plaats wordt behoudens het bepaalde in het tweede lid, geheven per dag.
2.
Op verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting voor een vaste plaats geheven per
jaar. De belastingplichtige dient de keuze voor heffing per jaar voor de aanvang van het
jaar of, zo dit later is, voor de aanvang van de belastingplicht kenbaar te maken aan de
marktmeester. Bij heffing per jaar bestaat geen aanspraak op ontheffing behoudens in de
gevallen genoemd in artikel 8.
3.
De heffing van de belasting vindt plaats:
a.
bij wege van aanslag indien het betreft een vaste plaats en de belastingplichtige heeft
gekozen voor heffing per jaar;
b.
bij wege van schriftelijke gedagtekende kennisgeving in de overige gevallen.