Met betrekking tot de onroerende-zaakbelastingen die worden geheven van genothebbenden krachtens eigendom, bezit of beperkt recht wordt de aanslag in onderstaande volgorde gesteld ten name van:

1.

de eerstgerechtigde in de volgorde die door het kadaster wordt aangehouden;

2.

degene die het grootste aandeel in het genotsrecht heeft;

3.

degene die in de gemeente woont of is gevestigd;

4.

degene die ook als gebruiker wordt aangemerkt;

5.

bij gelijke aandelen de oudste in leeftijd;

6.

een natuurlijk persoon boven een niet natuurlijk persoon;

7.

degene die bij het teamonderdeel Belastingen als genothebbende of gebruiker bekend is.