Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 10

Participatieplaats en scholing in combinatie met participatieplaats

Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Laarbeek 2015

1.. Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Participatiewet onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten. 2.. De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Participatiewet bedraagt € 365,00 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 3.. De hoogte van de premie bedoeld in het tweede lid is afhankelijk van het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande zes maanden en bedraagt bij een gemiddelde uren inzet tot 16 uur per week 50% van het in het tweede lid genoemde bedrag; bij een gemiddelde uren inzet vanaf 16 uur per week 100% van het in het tweede lid genoemde bedrag. 4.. Het recht op een premie als bedoeld in het tweede lid wordt na elke zes maanden beoordeeld. 5.. De premie als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien bij de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorgaande zes maanden heeft geschonden. 6.. Voor zover degene die additionele werkzaamheden verricht niet beschikt over een startkwalificatie wordt zes maanden na aanvang van de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de kans op inschakeling in het arbeidsproces. 7.. Het college betrekt bij deze beoordeling het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende de werkzaamheden uitvoert; en de scholingsbehoefte van de belanghebbende.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel