**1..** Het college kan een persoon van 27 jaar of ouder met recht op
algemene bijstand overeenkomstig artikel 10a van de Participatiewet
onbeloonde additionele werkzaamheden laten verrichten.
**2..** De premie, bedoeld in artikel 10a, zesde lid, van de Participatiewet
bedraagt € 365,00 per zes maanden, mits in die zes maanden voldoende
is meegewerkt aan het vergroten van de kans op inschakeling in het
arbeidsproces.
**3..** De hoogte van de premie bedoeld in het tweede lid is afhankelijk van
het gemiddeld aantal gewerkte uren per week in de voorafgaande zes
maanden en bedraagt
bij een gemiddelde uren inzet tot 16 uur per week 50% van
het in het tweede lid genoemde bedrag;
bij een gemiddelde uren inzet vanaf 16 uur per week 100% van
het in het tweede lid genoemde bedrag.
**4..** Het recht op een premie als bedoeld in het tweede lid wordt na elke
zes maanden beoordeeld.
**5..** De premie als bedoeld in het tweede lid wordt geweigerd indien bij
de beoordeling blijkt dat de belanghebbende de aan de onbeloonde
additionele werkzaamheden verbonden verplichtingen in de voorgaande
zes maanden heeft geschonden.
**6..** Voor zover degene die additionele werkzaamheden verricht niet
beschikt over een startkwalificatie wordt zes maanden na aanvang van
de onbeloonde additionele werkzaamheden door het college bekeken in
hoeverre scholing of opleiding kan bijdragen aan vergroting van de
kans op inschakeling in het arbeidsproces.
**7..** Het college betrekt bij deze beoordeling
het oordeel van degene in wiens opdracht de belanghebbende
de werkzaamheden uitvoert; en
de scholingsbehoefte van de belanghebbende.
Hoofdstuk 3
Artikel 10
Participatieplaats en scholing in combinatie met participatieplaats
Onderdeel van Re-integratieverordening Participatiewet Laarbeek 2015