Kwijtschelding als bedoeld in artikel 14 en 15 en 16 van de beleidsregels vindt niet plaats, indien:

  • - niet is voldaan aan de gestelde voorwaarden;
  • - de terugvordering van de uitkering het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de belanghebbende, met uitzondering van het bepaalde in artikel 16;
  • - de vordering wordt gedekt door pand of hypotheek op een goed of goederen, behoudens voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kan worden;
  • - de terugvordering van bijstand in de vorm van een geldlening is verleend en de uit de geldlening voortvloeiende verplichtingen niet zijn nagekomen;
  • - de terugvordering van de uitkering zijn grondslag heeft in artikel 58, tweede lid, onderdeel f, onder 1 en 2, Participatiewet of artikel 25, tweede lid, IOAW/IOAZ;
  • - voor vorderingen die een opgelegde bestuurlijke boete betreffen.