Een PGB kan een geschikt instrument zijn voor de cliënt om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Het is een verstrekkingvorm die bij uitstek geschikt is voor mensen die zelf de regie over hun leven kunnen voeren. De gemeente streeft ernaar dat een PGB niet noodzakelijk is, omdat alle gewenste voorzieningen op lokaal niveau aanwezig zijn, maar beseft hierbij dat dit niet in alle gevallen mogelijk is. De gemeente vindt het van belang dat mensen eigen regie over hun leven kunnen voeren en dat zij, indien zij dit wensen, hiervoor een PGB inzetten.
5.1 Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB
5.1.1 Gemotiveerd plan
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB wordt alleen verstrekt indien jeugdigen en/of ouders dit gemotiveerd, aan de hand van een opgesteld plan vragen. Zij moeten motiveren dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet passend is. In het plan moet duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een PGB aantoonbaar leidt tot betere en effectievere ondersteuning. Ook dient de ondersteuning aantoonbaar doelmatiger te zijn. De gemeente beoordeelt of dit plan voldoet. Door het opstellen van een persoonlijk plan worden cliënten gestimuleerd na te denken over de zorgvraag, deze uit te werken en te concretiseren, en tevens het doelbereik en daarmee de kwaliteit van de zorg te evalueren.
Het plan bevat minimaal de volgende onderdelen:
een probleemanalyse;
de beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning;
waar en hoe de budgethouder de hulp en ondersteuning zal inkopen;
hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning gewaarborgd is;
de verwachte / gewenste omvang en duur van de ondersteuning;
een begroting.
5.1.2 Bekwaamheid van de aanvrager
Om na te gaan of de aanvrager op verantwoorde wijze om kan gaan met een PGB wordt de bekwaamheid beoordeeld. De beoordelingscriteria zijn:
is de budgethouder, danwel een vertegenwoordiger uit zijn sociale netwerk, of een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat de eigen situatie en de situatie van de jeugdige te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en aan te sturen;
is de budgethouder goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb en kan hij/zij hiermee omgaan;
is de budgethouder in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken voeren, contracten afsluiten, facturen afhandelen, bewaken van de kwaliteit en de voortgang van de hulp.
Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een PGB. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel zijn:
de belanghebbende handelingsonbekwaam is;
de belanghebbende heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie heeft;
er sprake van verslavingsproblematiek is;
er sprake van schuldenproblematiek is;
er eerder misbruik gemaakt is van het PGB;
eerder sprake is geweest van fraude.
Bovenstaande opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB worden geweigerd. Andersom kan het zo zijn dat een budgethouder zélf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een PGB verstrekt kan worden.
Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren, moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden of eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.
5.1.3 Kwaliteit van dienstverlening
De PGB aanbieder verleent verantwoorde hulp, waaronder wordt verstaan hulp van een goed niveau, die in ieder geval veilig, doeltreffend, doelmatig en cliëntgericht wordt verleend en die is afgestemd op de reële behoefte van de jeugdige of ouder.
De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg van een goede hulpverlener in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard, uiteraard voor zover de hulpverlener een professional is.
De PGB aanbieder is in het bezit van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens van personen die in hun opdracht beroepsmatig of niet incidenteel als vrijwilliger in contact kunnen komen met jeugdigen of ouders. Een dergelijke verklaring is niet eerder afgegeven dan drie maanden voor het tijdstip dat de aanbieder ging werken.
5.1.4 Verplichtingen
Het PGB mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de jeugdige en/of de ouder algemeen gebruikelijk is.
Uit het PGB mogen geen administratieve bemiddelingsbureaus, geen tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald.
In afwijking van het gestelde onder b. mogen de kosten voor arbeidsbemiddeling uit het PGB worden betaald indien de betrokken partij een Per Saldo keurmerk heeft.
De budgethouder aan wie een pgb is verleend komt met de aanbieder op basis van een plan van aanpak een zorgovereenkomst overeen waarin ten minste afspraken zijn opgenomen over de kwaliteit en het resultaat van de jeugdhulp, de inschakeling van het type hulpverlener (medewerker van een zorgorganisatie, zzp’er of sociaal netwerk) en wijze van declareren.
5.1.5 SVB / Trekkingsrecht
In 2015 is de wettelijke verplichting opgenomen dat de gemeente PGB’s uitbetaald in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het PGB niet op de bankrekening van de belanghebbende burger stort, maar op de rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De belanghebbende burger overlegt per type hulp een zorgovereenkomst (arbeidsrechtelijke toetsing overeenkomst door SVB) en laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd. De SVB zorgt vervolgens voor uitbetaling van de hulpverlener. Bij verandering van hulpverlener dient de belanghebbende burger dit door te geven aan de BJG medewerker. Deze zal dan opnieuw kijken of de kwaliteit voldoende is. De gemeente zal dit ook doorgeven bij de SVB. De belanghebbende burger stuurt de zorgovereenkomst met de nieuwe hulpverlener naar de SVB. Op basis van goedgekeurde facturen betaalt de SVB de nieuwe hulpverlener uit. De niet bestede PGB bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
5.2 Voorlichting
Zoals uit de Jeugdwet is af te leiden, is het belangrijk dat belanghebbenden vooraf goed weten wat het PGB inhoudt en welke verantwoordelijkheden ze daarbij hebben. Deze voorlichting zal al bij het moment van aanvragen worden gegeven. Tijdens het Gesprek zal de belanghebbende door de BJG-medewerker geïnformeerd worden. Bij de beschikking wordt een factsheet over het PGB bij de gemeente ’Sint-Michielsgestel gevoegd. Daarnaast verzorgt het servicecentrum PGB van de sociale verzekeringsbank (SVB) voorlichting voor en ondersteuning van budgethouders.
5.3 Eigen verantwoordelijkheden van de budgethouder
De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor het sluiten van een zorgovereenkomst met een dienstverlener;
Degene die ingeschakeld wordt voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst.
5.4 Beschikking PGB
Als de belanghebbende kiest voor een PGB, wordt in de verleningsbeschikking opgenomen:
welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde resultaat daarvan is;
welke andere of overige voorzieningen relevant zijn of kunnen zijn;
welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het PGB;
wat de hoogte van het PGB is en hoe hiertoe is gekomen (omvang van de voorziening): de tarieven zijn opgenomen in het Besluit Jeugdhulp gemeente ’Sint-Michielsgestel dat jaarlijks wordt geactualiseerd;
wat de duur van de voorziening is waarvoor het PGB is bedoeld;
de wijze van verantwoording van de besteding van het PGB.
De toekenning eindigt wanneer:
de budgethouder verhuist naar een andere gemeente;
de budgethouder overlijdt;
als de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;
als de budgethouder aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;
de budgethouder geen verantwoording aflegt;
de budgethouder zijn PGB laat omzetten in ZIN.
5.5 Overgangsrecht
Hoe zit het met de overgang van bestaande PGB’s jeugdhulp na 1 januari 2015:
zorgcontinuïteit. Voor bestaande PGB’s die doorlopen in 2015 is het overgangsrecht van toepassing. Indicaties die aflopen voor 1 april 2015 zijn verlengd tot 1 april 2015 om rust te bieden. De PGB houder heeft recht op continuering van zorg bij de bestaande zorgaanbieder gedurende de resterende indicatietermijn tot een maximum van 1 jaar, dus tot uiterlijk 1 januari 2016.
tarifering. De PGB AWBZ/Jeugdhulp tarieven 2014 zijn voor overgangsklanten van toepassing.
(her)indicering. De vóór 2015 afgegeven indicaties voor jeugdhulp die doorlopen na 1 januari 2016, eindigen per 1 januari 2016 op grond van het overgangsrecht. De hulp/zorgvraag van deze cliënten zal voor 1 januari 2016 opnieuw moeten worden beoordeeld.
5.6 Hoogte PGB tarieven jeugdhulp 2015 en tariefdifferentiatie
De hoogte van de PGB’s jeugdhulp zijn vastgelegd in het (financieel) uitvoeringsbesluit Jeudhulp 2015. Bij de PGB’s wordt onderscheid (tariefdifferentiatie) gemaakt tussen:
ondersteuning door een aanbieder die de op de sector van toepassing zijnde cao en daarbij behorende kwaliteitsstandaarden hanteert;
ondersteuning door andere organisaties of hulpverleners zoals ZZP’ers (korting 15%);
ondersteuning uit het sociaal netwerk (korting 50%).
De genoemde kortingspercentages gelden als uitgangspunt. Indien de PGB budgethouder kan aantonen dat in zijn situatie het PGB-tarief niet toereikend is om passende ondersteuning in te kopen, kan aanpassing plaatsvinden.
5.7 Inzetten sociaal netwerk
In het gemotiveerde plan van de cliënt kan hij of zij de wens uitspreken om zijn sociale netwerk of mantelzorgers in te willen zetten. In navolging van de regering is de gemeente van mening dat de beloning van het sociale netwerk in elk geval beperkt moet blijven tot die gevallen waarin het de gebruikelijke hulp overstijgt en dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is dan zorg in natura. Ingeval hiervoor een PGB wordt aangevraagd is voor gemeenten van belang dat slechts een PGB wordt verstrekt indien naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de in te kopen diensten veilig, doeltreffend en cliëntgericht worden verstrekt.
Bij de beoordeling of inzet vanuit het sociale netwerk geoorloofd is, kunnen de volgende factoren meespelen:
het gaat niet om gebruikelijke zorg (zie hoofdstuk 3);
er is sprake van langdurige, omvangrijke en frequente ondersteuning;
er is sprake van zorg en ondersteuning gericht op participatie en zelfredzaamheid. Geen inzet van het sociale netwerk als het gaat om ondersteuning gericht op gedragsverandering en verpleging tenzij dit aantoonbaar beter, efficiënter en doelmatiger is;
er is sprake van onplanbare 24-uurs ondersteuning en door de aard van de beperking kan alleen een bekende de ondersteuning leveren;
iemand moet (deels) zijn baan opzeggen om de ondersteuning te kunnen bieden;
de inzet van PGB leidt aantoonbaar tot betere effectievere ondersteuning en aantoonbaar doelmatiger is dan Jeugdhulp in natura.
Bij de ondersteuning door het sociaal netwerk is geen VOG verklaring van toepassing.
5.8 Omvang van het PGB jeugdhulp 2015
De toekenning van het PGB jeugdhulp vindt in 2015 nog plaats in uren en minuten. Voor de omvangsbepaling hanteren we de CIZ indicatiewijzer versie 7 2014.
5.9 PGB in geval van een verwijzingsbesluit van de Gecertificeerde Instelling
De Gecertificeerde Instelling is op grond van de Wet bevoegd om een individuele voorziening voor jeugdhulp in te zetten. Ook voor die jeugdhulp kan gekozen worden voor inzet in de vorm van een PGB. De Gecertificeerde Instelling dient derhalve , evenals de gemeente, de mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een PGB ter sprake te brengen met ouders en jeugdigen. De GI dient daarbij de jeugdige en/of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen in te lichten over de gevolgen van die keuze.
De GI neemt niet zélf een besluit over de toekenning van een PGB, dat doet de gemeente. De GI draagt derhalve de behandeling van de aanvraag voor een PGB over aan de gemeente, voorzien van reeds ingewonnen informatie en een advies inzake de aan-of afwezigheid van overwegende bezwaren.
Besluit: De GI draagt de behandeling van de aanvraag voor een PGB over aan de gemeente.
5.10 PGB in geval van een verwijzingsbesluit van een arts
Huisartsen, medisch specialisten en jeugdartsen zijn op grond van de Wet bevoegd om een individuele voorziening voor jeugdhulp in te zetten. Voor die jeugdhulp kan gekozen worden voor inzet in de vorm van een PGB. De huisarts dient derhalve, evenals de gemeente, de mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een PGB ter sprake te brengen met ouders en jeugdigen. Wanneer ouders en jeugdigen hiervoor willen kiezen, moeten zij een aanvraag hiertoe indienen bij het BJG, die dan zorgt voor de verdere behandeling van die aanvraag.
5.11 PGB in geval van inzet van een individuele voorziening uit het flexibele volume
Voor de inzet van een individuele voorziening uit het flexibele volume is geen verleningsbesluit van de gemeente nodig, maar wél een verwijsdocument. Echter, ook voor een dergelijke voorziening is het mogelijk deze in te zetten in de vorm van een PGB. Bij de inzet van deze voorzieningen dienen de verwijzers dan ook de mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een PGB ter sprake te brengen met ouders en jeugdigen. Wanneer zij in dit geval kiezen voor een PGB dient de aanvraag hiertoe ingediend te worden bij het BJG, die dan zorgt voor de verdere behandeling van die aanvraag.
Artikel 5.
Regels voor een persoonsgebonden budget (PGB)
Onderdeel van Beleidsregels Jeugdhulp gemeente Sint-Michielsgestel 2015