4.1 Categorieën Jeugdhulp
Jeugdhulp wordt vanaf 1 januari 2015 toegekend op basis van de volgende indeling in hoofd- en subcategorieën. Voor de duidelijkheid is in de tweede kolom de oude benaming (de indeling tot 1 januari 2015) opgenomen.
Hoofdcategorie en subcategorieën
Oude benaming
Jeugdhulp zonder verblijf
Ambulante jeugdhulp op locatie van de aanbieder (inclusief generalistische basis ggz en gespecialiseerde ggz)
Individuele jeugdhulp zorgaanbieder
Groepsjeugdhulp
Behandeling groep
Behandeling individueel
Deeltijd behandeling
Behandeldiagnostiek
Ambulante crisisopvang / behandeling
Eerstelijns psychologische zorg
Specialistische jeugd ggz en dyslexiezorg (DBC)
Onderzoek en diagnostiek voorafgaand aan een behandeling
Daghulp op locatie van de aanbieder
Dagactiviteiten
Begeleiding groep
Specialistische psychologische dagbehandeling (DBC)
Jeugdhulp in het netwerk van de jeudige
Persoonlijke verzorging
Begeleiding individueel
Gespecialiseerde begeleiding individueel
Individuele jeugdhulp thuis
Jeugdhulp met verblijf
Pleegzorg
Pleegzorg 24 u pedagogisch
Pleegzorg 24 u specialistisch
Deeltijd pleegzorg
Gezinsgericht
Kortdurend verblijf
Behandelgroep Gezinshuis licht
Behandelgroep Fasehuis
Gesloten plaatsing
Gesloten jeugdzorg / jeugdzorg plus
Verblijf bij een jeugdhulpaanbieder anders (inclusief specialistische GGZ)
Verblijf zorgaanbieder deeltijd pedagogisch
Verblijf zorgaanbieder deeltijd specialistisch
Beschermd wonen
Behandelgroep
Behandelgroep zwaar
Behandelgroep crisis
Behandelgroep Kamer Training Centrum
Verblijf met behandeling
Verblijf specialistisch A t/m G
Behalve het type jeugdhulp wordt in de beschikkingen en verwijzingen ook het perspectief opgenomen. Daarbij gelden de volgende opties:
stabilisatie van de crisissituatie;
diagnostiek;
begeleiden;
behandelen.
Het betreft het perspectief van de aangevangen jeugdhulp. De optie‘stabilisatie van een crisissituatie’ wordt alleen gebruikt als dit het enige perspectief van dedoor de jeugdhulpaanbieder geleverd jeugdhulp is. Hulpverlening vangt regelmatig aan meteen crisissituatie. In veel gevallen leidt dit tot een langere periode van hulpverlening. In diegevallen wordt er gekozen voor de perspectieven begeleiden of behandelen. De optiediagnostiek wordt vergelijkbaar alleen gehanteerd als diagnostiek het enige perspectief is.Immers alle hulpverlening start met een diagnostische fase. Soms wordt voor diagnostiekechter een specialist ingeschakeld. Deze specialist biedt dan enkel en alleen diagnostiek. Indie gevallen wordt het perspectief diagnostiek gekozen. In alle andere gevallen wordt ergekozen voor de perspectieven begeleiden of behandelen. Het onderscheid tussenbegeleiden en behandelen is niet altijd eenduidig. Toch heeft iedere professional een beeld bijhet onderscheid. Globaal gaat het bij begeleiden om activiteiten waarmee een jeugdige wordt ondersteund bij het uitvoeren van dagelijkse levensverrichtingen en het aanbrengen enbehouden van structuur in en regie over het persoonlijk leven. Bij behandelen gaat hetglobaal om het oplossen of verhelpen van een psychisch-, psychosociaal-, gedrags- ofopvoedprobleem dan wel een psychische stoornis. Behandelen kan ook gericht zijn op hetleren omgaan met, verminderen of stabiliseren van het probleem of de stoornis. De Jeugdhulpaanbieder komt alleen in aanmerking voor financiering indien de hulpvrager verwezen is door:
het Basisteam Jeugd en gezin;
de huisarts, jeugdarts of medisch specialist (o.a. de kinderarts);
de Gecertificeerde Instelling;
andere, door Gemeenten aangewezen verwijzers.
Voorts zetten we vooralsnog de in de praktijk gegroeide werkwijze door, waarbij kinderrechters bevoegd zijn om zonder indicatiebesluit omgangsbegeleiding (een vorm van jeugdhulp zonder verblijf, ambulante jeugdhulp) in te zetten.
De Verwijzing bestaat uit een Verleningsbeschikking of een Verwijsbericht.
Voor flexibele jeugdhulp is géén verleningsbeschikking nodig. Jaarlijks bepaalt het College welke vormen van jeugdhulp tot het flexibele volume behoren. Voor 2015 zijn dat twee hulpvormen van de hoofdcategorie Zonder Verblijf, namelijk ambulante jeugdhulp en basisgeneralistische jeugd-ggz.
4.2 Vervoer
Voorzieningen op het gebied van jeugdhulp omvatten voor zover noodzakelijk in verband met de medische noodzaak of beperkingen in de zelfredzaamheid, het vervoer van de jeugdige van en naar de locatie van de zorgaanbieder.
Met de zorgaanbieders Zorg in Natura is afgesproken dat vervoer door de gemeente niet wordt opgenomen in de verleningsbeschikking, maar dat zij in overleg met jeugdigen en/of hun ouders nagaan of vervoer noodzakelijk is en hoe zij daar vorm aan geven. Aanbieders kunnen dan ook het noodzakelijke vervoer op zo efficiënt mogelijke wijze organiseren.
Wanneer jeugdigen en/of hun ouders problemen ervaren op het gebied van vervoer zal worden onderzocht of en welke beperkingen de jeugdige heeft en wat de vervoersbehoefte is. Er wordt bekeken in hoeverre men zelf in de vervoersbehoefte kan voorzien, hulp kan inschakelen van het eigen netwerk, gebruik kan maken van een algemene voorziening of dat een individuele voorziening noodzakelijk is.
Wanneer een cliënt in staat is met het openbaar vervoer te reizen (eventueel na oefenen onder begeleiding) of met de fiets of een ander vervoermiddel zelfstandig (of onder begeleiding van mantelzorg of vrijwilliger, indien beschikbaar) kan reizen dan is dat uiteraard voorliggend.
Wanneer jeugdigen en/of hun ouders er in overleg met de zorgaanbieder niet uit komen, kunnen zij bij de gemeente (hun contactpersoon bij het Basisteam Jeugd en gezin of de GI) alsnog een beschikking inzake vervoer aanvragen.
Wanneer een PGB wordt toegekend, wordt het vervoer wél meegenomen in het verleningsbesluit.
4.3 Succesfactoren
Partijen beschouwen de transitie van de jeugdzorg en de transformatie van de Jeugdhulp als succesvol als geen van de faalfactoren zoals hieronder opgenomen zich voordoen en als alle hierna genoemde succesfactoren zich voordoen.
De succesfactoren, zoals opgenomen in de deelcontracten, zijn:
van een relatief groot beroep op Jeugdhulp naar een kleiner beroep daarop en meer beroep op de eigen kracht en het netwerk van Jeugdigen;
van te laat ingezette Jeugdhulp naar (vroeg)tijdig;
van zwaardere naar lichtere vormen van Jeugdhulp;
van versnippering naar integraliteit (werken met één gezin, één plan);
van meer naar minder hulpverlening in een gedwongen kader.
4.4 Kwaliteit
De door de gemeente te contracteren zorgaanbieders dienen te voldoen aan de in de Jeugdwet, Hoofdstuk 4, paragraaf 4.1, gestelde kwaliteitsvereisten.
Voorts dienen de zorgaanbieders te voldoen aan de navolgende, in de deelcontracten opgenomen vereisten:
de rechten en de veiligheid van Jeugdigen zijn te allen tijde gewaarborgd;
jeugdigen en Ouders zijn tevreden over de ontvangen Jeugdhulp en onderschrijven de doelen;
de geboden Jeugdhulp is effectief naar professionele maatstaven;
jeugdhulpaanbieder heeft de Meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld geïmplementeerd en deze wordt toegepast;
jeugdhulpaanbieder is, bij voorkeur via de signaleringsindex Zorg voor Jeugd, aangesloten op het systeem van de Landelijke VerwijsIndex Risicojeugd (VIR) of heeft in samenspraak met Gemeenten een werkprocedure afgesproken voor meldingen in de signaleringsindex Zorg voor Jeugd of VIR;
jeugdhulpaanbieder werkt aantoonbaar aan verbetering en vernieuwing die de doelmatigheid van de dienstverlening verhogen en de betaalbaarheid van Jeugdhulp, ook op langere termijn verhogen;
jeugdhulpaanbieders zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor het borgen van continuïteit en samenhang van de Jeugdhulp op cliëntniveau;
jeugdhulpaanbieder werkt aan kanteling en innovatie.
Het toezicht op de kwaliteit van de jeugdhulp is in de Jeugdwet opgedragen aan de Inspectie Jeugdzorg, welke ressorteert onder het ministerie van VWS.