1.Een stemming is nietig indien niet meer dan de helft van de leden die zitting hebben en zich niet op grond van artikel 2:4 van de Algemene wet bestuursrecht van stemmen moeten

onthouden, aan de stemming heeft deelgenomen.

2.Bij het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen worden leden die

blanco briefjes ingeleverd hebben, voor de toepassing van dit artikel geacht aan de stemming te hebben deelgenomen.

3.Een stemming is geldig ongeacht het aantal leden dat daaraan heeft deelgenomen, ingeval er

opnieuw wordt gestemd over een voorstel of over een benoeming, voordracht of aanbeveling van een of meer personen ten aanzien waarvan in een vroegere vergadering een stemming op grond van het eerste lid nietig was.

Hetzelfde geldt in een vergadering als bedoeld in artikel 14, derde lid.