De toegang is van cruciaal belang omdat dit de toegangspoort is tot het verkrijgen van individuele voorzieningen. De toegang vormt ook de verbinding tussen het voorveld en de organisaties die maatwerkvoorzieningen leveren. De in dit hoofdstuk beschreven toegang tot ondersteuning is een ontwikkelmodel; een deel is operationeel per 1 januari 2015, de eindsituatie moet voor 2020 zijn bereikt(bijlage 1).
Voor de Wmo, en feitelijk voor alle transities, maken we onderscheid tussen vitale inwoners, inwoners met een (tijdelijke) beperking en inwoners die (tijdelijk) afhankelijk zijn. De ondersteuning zal op basis van deze criteria worden ingezet. Er wordt een goede informatie- en adviesfunctie georganiseerd in een in te richten breed loket. Zo nodig wordt voor mensen met multiproblematiek ingezet op ondersteuning door diverse partijen, op basis van één gezin, één plan en één regisseur.
Hierbij is niet langer het domein (werk, zorg, jeugd) het uitgangspunt, maar de vraag van de inwoner. In samenspraak met betrokkene wordt zo nodig per domein bekeken welke ondersteuning nodig is. Eén inwoner kan onder de reikwijdte van meerdere decentralisaties vallen: zo behoort een jongere met een licht verstandelijke handicap tot de doelgroep van de Jeugdwet en passend onderwijs, en zodra hij volwassen wordt tot de Wmo (bijv. dagbesteding) en Participatiewet (Werk en Inkomen). Daarom worden de decentralisaties in samenhang gerealiseerd.
Frontlijn
De frontlijn van de toegang, die primair wordt vormgegeven door het particulier initiatief, kenmerkt zich door een algemene vraag- en probleemverkenning waarbij de burger informatie en advies verkrijgt. De werkers in dit deel van de toegang zijn veelal generalisten die goed op de hoogte zijn van wet- en regelgeving en sociale kaart. Anderzijds zijn zij de spin in het web die contacten leggen met de organisaties vóór de toegang en de specialisten binnen de toegang. Zij zorgen voor het juiste moment van overdracht van het dossier. Laagdrempelige en kortdurende hulpverlening kunnen plaatsvinden binnen de frontlijn (zie bijlage 1 voor de schematische weergave).
Er is onderscheid te maken naar informatie en advies, afstemming met het voorveld, bemoeizorg en verschillende vormen en niveaus van keukentafelgesprekken. Als in het voorveld wordt vastgesteld dat een meer specialistische functie, die overigens ook in het particulier initiatief kan zijn ingebed, moet worden ingezet worden de volgende stappen gezet. We komen dan in het gebied tussen voorveld en toegang terecht.
Specialistische functie
De toegang heeft een specialistisch onderdeel met achtereenvolgens: vraagverheldering, eventueel onderzoek / medisch advies, het opstellen van een plan van aanpak dan wel een advies en tenslotte is een beschikking en / of besluit denkbaar.
De medewerkers in de frontlijn van de toegang zorgen voor informatie en advies, verwijzing en afstemming met andere professionals van organisaties vóór de toegang. De eerste screening van de vraag gebeurt in de frontlijn door medewerkers die beschikken over een basiskennis van het hele voorveld en weten wat aan zorgondersteuning in het achterveld beschikbaar is. Indien de frontlijn meent dat een oplossing van het probleem in het voorveld ligt wordt de burger daarnaar verwezen / warm overgedragen. Is (ook) individuele ondersteuning nodig dan komt de specialist van de toegang in beeld.
De specialisten bij de toegang zorgen voor een verdieping van de hulpvraag en kunnen de daadwerkelijke ondersteuning vormgeven, inclusief het maatwerk inkomensondersteuning. De specialist kan daarbij gebruik maken van een verslag van een keukentafelgesprek dat door een hulpverlener uit het voorveld met de burger en zijn netwerk werd gevoerd. De specialisten in de toegang zijn verder beschikbaar voor vragen uit de frontlijn (consultatiefunctie). De toegang is ook beschikbaar voor vragen uit het voorveld. De specialisten in de toegang rapporteren / besluiten over doorgeleiding naar zorgondersteuning.
Artikel Toegang tot ondersteuning
Artikel Toegang tot ondersteuning
Onderdeel van Beleidsplan Wmo 2015-2016