**1..** De bij de inrichting behorende brandkranen en andere bluswaterwinplaatsen moeten worden vrijgehouden en bereikbaar zijn voor blusvoertuigen, en wel zodanig dat hiervan onbelemmerd gebruik kan worden gemaakt.
**2..** Op het bij de inrichting behorende terrein moeten de beplanting, de parkeerplaatsen, de laad- en losplaatsen en de plaatsen waar goederen en afval worden opgeslagen of gedeponeerd, zodanig zijn gesitueerd, dat bij brand het oprijden en opstellen van de voertuigen en andere hulpmiddelen van de brandweer niet worden bemoeilijkt of belemmerd.
**3..** Ten behoeve van het verkeer van de hulpverlenende diensten moet een doorgaande route met een breedte van tenminste 3,5 meter en een hoogte van tenminste 4,2 meter vrijgehouden worden. De doorgaande route moet verhard zijn op een wijze die geschikt is voor motorvoertuigen met een asbelasting van 10 ton (100kN) en een totaalgewicht van 15 ton (150kN).
**4..** Hekwerken en slagbomen die de route als bedoeld in artikel 1.3 blokkeren, moeten snel en gemakkelijk geopend kunnen worden. Indien deze zijn voorzien van een slot moeten in overleg met de brandweer passende voorzieningen worden aangebracht.
Paragraaf 1.
Artikel 1
Vrijhouden van terreingedeelten ten behoeve van hulpverlening
Onderdeel van REGELING BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN KAMPEERTERREINEN VLISSINGEN