**1..** De afstand van enig kampeermiddel tot de perceelsgrens is tenminste 5 meter.
**2..** Permanente standplaatsen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat brand niet eenvoudig van het ene kampeermiddel of kampeerhuisje naar een ander kampeermiddel of kampeerhuisje kan overslaan. Hieraan wordt voldaan indien:
op bestaande terreinen tussen de kampeermiddelen of kampeerhuisjes een vrije ruimte is van tenminste 3 meter;
op bestaande terreinen een bouwkundige voorziening wordt getroffen, waardoor een weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag (WBDBO) van 20 minuten conform de NEN 6068 en de NPR 6091 wordt bereikt;
op nieuwe terreinen tussen de kampeermiddelen of kampeerhuisjes een vrije ruimte is van tenminste 5 meter en
op nieuwe terreinen een bouwkundige voorziening wordt getroffen, waardoor een WBDBO van 30 minuten conform de NEN 6068 en de NPR 6091 wordt bereikt.
**3..** Niet-permanente standplaatsen dienen zodanig te zijn gesitueerd dat een onbeheersbare brand wordt voorkomen. Hieraan wordt voldaan indien de standplaatsen zijn gesitueerd in een brandcompartiment van maximaal 1000 m² en:
op bestaande terreinen de WBDBO tussen de brandcompartimenten tenminste 20 minuten is;
op bestaande terreinen tussen brandcompartimenten een vrije ruimte is van tenminste 3 meter;
op nieuwe terreinen de WBDBO tussen de brandcompartimenten tenminste 30 minuten is;
op nieuwe terreinen tussen brandcompartimenten een vrije ruimte is van tenminste 5 meter en
een brandcompartiment zicht niet meer dan over één perceel uitstrekt.
**4..** Kampeermiddelen op niet-permanente standplaatsen, niet gelegen in een brandcompartiment zoals bedoeld in artikel 2.3, hebben een WBDBO tussen deze kampeermiddelen van tenminste 20 minuten. Hieraan wordt voldaan indien:
tussen de kampeermiddelen een vrije ruimte is van tenminste 3 meter;
een bouwkundige voorziening wordt getroffen conform de NEN 6068 en de NPR 6091 wordt bereikt.
**5..** De opstelling van de kampeermiddelen en kampeerhuisjes dient zodanig te geschieden, dat de blusvoertuigen van de brandweer en andere hulpverlenende diensten te allen tijde enig kampeermiddel of kampeerhuisje tot 40 meter kunnen benaderen.
**6..** Indien de toegang tot een kampeermiddel of kampeerhuisje dat voor het verblijf van mensen is bestemd, meer dan 40 meter is verwijderd van een doorgaande (openbare) weg, moet een verbindingsweg tussen die toegang of dat vak en het openbare wegennet aanwezig zijn die geschikt is voor brandweervoertuigen conform de voorwaarden in artikel 1, derde lid.
**7..** Afhankelijk van de aard en omvang van het kampeerterrein moet ten behoeve van de hulpverlenende diensten, naast de reguliere toegang, één of meerdere toe- of (nood)uitgangen aanwezig zijn. Dit ter beoordeling en goedkeuring van het bevoegd gezag.
Paragraaf 2.
Artikel 2
Indeling en constructie terrein
Onderdeel van REGELING BRANDVEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN KAMPEERTERREINEN VLISSINGEN