Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 20

Onderhoud door de rechthebbende

Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. De rechthebbende of de vergunninghouder voor de grafbedekking is, voor zover de gemeente daarin niet voorziet, verplicht de grafbedekking goed te onderhouden, zodat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats niet schaadt en geen gevaar voor belendende graven of bezoekers kan opleveren. 2.. Grafbedekkingen worden geacht voor rekening en risico van de rechthebbende of vergunninghouder te zijn aangebracht. Schade als gevolg van vorst, wateroverlast, brand, vandalisme en andere van buiten komende oorzaken, of ontstaan door het weghalen en terugplaatsen van een grafbedekking ten behoeve van een bijzetting of opgraving, en eventuele gevolgschade voor derden, is voor risico en rekening van de rechthebbende. 3.. Rechthebbenden en vergunninghouders zijn op eerste aanschrijven verplicht het onderhoud aan een grafbedekking uit te voeren of de aan een grafbedekking toegebrachte schade (ongeacht de oorzaak) te herstellen, indien de beschadiging zodanig is dat deze naar het oordeel van het college het uiterlijk aanzien van de begraafplaats schaadt. Indien het adres van de rechthebbende of vergunninghouder niet bekend is vindt mededeling van de oproep tot onderhoud of herstel plaats bij de ingang tot de begraafplaats en bij het graf. 4.. Indien binnen drie maanden na de dag van aanschrijving of melding geen onderhoud, herstel of vernieuwing heeft plaatsgevonden, is het college bevoegd tot verwijdering en vernietiging van de grafbedekking over te gaan, voor rekening van de rechthebbende of vergunninghouder.

Rechtspraak bij dit artikel