**1..** Na het verstrijken van de graftermijn van 15 jaar kunnen de grafbedekkingen worden verwijderd en de graven worden geruimd. Bij de ruiming van de graven aanwezige overblijfselen worden begraven op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats.
**2..** Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking en de ruiming van de algemene graven wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van de uitvoering door het college bekend gemaakt door het plaatsen van een bordje bij de betreffende graven en door een openbare kennisgeving in de plaatselijke pers.
**3..** Ook wordt het in het tweede lid bedoelde voornemen tenminste zes maanden voor de uitvoering schriftelijk meegedeeld aan de vergunninghouders van de grafbedekking en de aanvragers van de begrafenis, voor zover hun adres bekend is.
**4..** Op grond van een daartoe door de vergunninghouder ingediende aanvraag bij de houder van de begraafplaatsadministratie, blijven de grafbedekking of de restanten ervan na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van de vergunninghouder. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede en derde lid genoemde termijnen.
**5..** De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: a. geen verzoek op grond van het vierde lid is ingediend en de termijnen waarbinnen het verzoek had kunnen worden ingediend zijn verstreken; b. de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat ze van het graf is verwijderd, is afgehaald.
**6..** Nabestaanden van een overledene die begraven is in een algemeen graf kunnen gedurende de in het tweede en derde lid genoemde termijnen bij de houder van de begraafplaatsadministratie een aanvraag indienen om bij de ruiming de stoffelijke resten, indien mogelijk, bijeen te doen brengen voor herbegraving.
Hoofdstuk V
Artikel 21
Verwijdering grafbedekking en ruiming algemene graven
Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen