Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk V

Artikel 22

Verwijdering grafbedekking en ruiming eigen graven

Onderdeel van Verordening op het beheer en gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen

1.. Na het verstrijken van de graftermijn van 20 jaar en indien geen gebruik is gemaakt van de mogelijkheid de graftermijn te verlengen als bedoeld in het tweede lid van artikel 14, kan de grafbedekking worden verwijderd en het graf worden geruimd. Bij de ruiming van het graf nog aanwezige overblijfselen worden begraven op één van de daartoe bestemde gedeelten van de begraafplaats. 2.. Het voornemen tot verwijdering van de grafbedekking en de ruiming van de eigen graven wordt tenminste één jaar voorafgaande aan het tijdstip van de uitvoering door het college bekend gemaakt door het plaatsen van een bordje bij de betreffende graven en door een openbare kennisgeving in de plaatselijke pers. 3.. Ook wordt het in het tweede lid bedoelde voornemen ten minste zes maanden voor de uitvoering schriftelijk meegedeeld aan de rechthebbenden, voor zover hun adres bekend is. 4.. Op grond van een daartoe door de rechthebbende ingediende aanvraag bij de houder van de begraafplaatsadministratie, blijven de grafbedekking of de restanten ervan na verwijdering nog gedurende twaalf weken ter beschikking van de rechthebbende. De aanvraag kan worden ingediend gedurende de in het tweede en derde lid genoemde termijnen. 5.. De grafbedekking vervalt aan de gemeente indien: a. geen verzoek op grond van het vierde lid is ingediend en de termijnen waarbinnen het verzoek had kunnen worden ingediend zijn verstreken; b. de grafbedekking niet binnen twaalf weken nadat ze van het graf is verwijderd, is afgehaald. 6.. De rechthebbende op een eigen graf kan, indien besloten wordt de graftermijn niet te verlengen, een aanvraag indienen bij de houder van de begraafplaatsadministratie om bij de ruiming de stoffelijke resten bijeen te doen brengen voor herbegraving. 7.. De rechthebbende op een eigen urnengraf en eigen urnennis kan, indien besloten wordt de termijn niet te verlengen, een aanvraag indienen bij de houder van de begraafplaatsadministratie om de asbus ter beschikking te houden om elders bij te zetten of om de as te doen verstrooien. Indien geen aanvraag is ingediend wordt de as ambtshalve verstrooid. Wat betreft eventueel aanwezige voorwerpen wordt gehandeld overeenkomstig het vijfde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel