**1..** Het college benoemt een voorzitter op voordracht van de raad. De zittingsperiode van de voorzitter is gelijk aan die van de leden van de raad en eindigt:
- - Aan het einde van de zittingsperiode;
- - Door opzegging;
- - Door ontslag door het college.
**2..** De raad kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter.
**3..** De voorzitter heeft een adviserende stem in de raad.
**4..** Tot de taak van de voorzitter behoort:
- - Het mede opstellen van de agenda in de agendacommissie voor de formele vergadering;
- - Het bepalen van dag en uur van de vergadering;
- - Het openbaar bekendmaken van de vergadering;
- - Het leiden van de vergadering volgens de ter vergadering vastgestelde agenda;
- - Het handhaven van de vergaderorde;
- - Het schorsen van de vergadering;
- - Het toezien op een goede vergaderdiscipline;
- - Het peilen van meningen en het meedelen van uitslagen van stemmingen;
- - Het bewaken van het budget;
- - Het schrijven van het jaarlijkse actieplan voor 15 november van elk jaar en het jaarverslag in het eerste kwartaal volgend op het verslagjaar.