1. In de gevallen bedoeld in artikel 7, eerste lid, is de precariobelasting
verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is,
bij de aanvang van de belastingplicht.
2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is
de naarjaartarieven geheven precariobelasting verschuldigd voor zoveel
twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde belasting als er in
dat tijdvak, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden
overblijven.
3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt,
bestaat
aanspraak op ontheffing van de naar jaartarieven geheven precariobelasting
voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat tijdvak verschuldigde
precariobelasting als er in dat tijdvak, na het einde van de
belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat
het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,00.
4.Belastingbedragen van minder dan € 10,00 worden niet geheven.
Artikel 10
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van precariobelasting 2015