Gemotiveerd plan
Een maatwerkvoorziening in de vorm van een PGB wordt verstrekt indien de belanghebbende burger dit gemotiveerd, aan de hand van een onderbouwd plan van aanpak vraagt. In het plan worden de volgende zaken aangegeven:
Voldoende eigen kracht van de belanghebbende burger of een vertegenwoordiger van zijn sociaal netwerk.
Een analyse van de situatie.
De beoogde resultaten van de hulpverlening en ondersteuning.
Hoe de kwaliteit van de hulp en ondersteuning is gewaarborgd.
De verwachte omvang en gewenste duur van de hulp en ondersteuning.
Een begroting.
In het plan moet duidelijk worden aangetoond dat de verstrekking van een PGB aantoonbaar leidt tot de gewenste resultaten en effectieve ondersteuning. Als het PGB voor de ondersteuning duurder is dan het bestaande aanbod HIN, verklaart de belanghebbende burger de meerkosten zelf te betalen. De gemeente beoordeelt of het PGB plan voldoet.
Bekwaamheid van de belanghebbende burger
Om na te gaan of de belanghebbende burger, op eigen kracht, of met hulp van iemand uit zijn sociaal netwerk of een vertegenwoordiger, op een verantwoorde wijze kan omgaan met een PGB wordt de bekwaamheid vooraf beoordeeld door de gemeente. De beoordelingscriteria zijn:
Is de belanghebbende burger in staat de eigen situatie te overzien en zelf de benodigde hulp te kiezen, te regelen en te sturen?
Is de belanghebbende burger goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer van een PGB en kan hij hiermee omgaan?
Is de belanghebbende burger in staat de opdrachtgeverstaak op zich te nemen, zoals een aanbieder uitzoeken, sollicitatiegesprekken te voeren, contracten af te sluiten, facturen af te handelen, de kwaliteit te bewaken evenals de voortgang van de hulpverlening?
Overwegende bezwaren zijn er als er een ernstig vermoeden is dat de belanghebbende burger, ook met hulp uit zijn sociaal netwerk of zijn vertegenwoordiger, problemen zal hebben met het omgaan met PGB. De situaties waarbij het risico groot is dat het PGB niet wordt besteed aan het daarvoor bestemde doel zijn:
De belanghebbende burger is handelingsonbekwaam.
De belanghebbende burger heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie.
Er is sprake van verslavingsproblematiek.
Er is sprake van schuldenproblematiek.
Er is eerder misbruik gemaakt van PGB.
Er is eerder sprake geweest van fraude.
Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een PGB niet gewenst is. In deze situaties kan een PGB geweigerd worden. Het kan wel zo zijn dat een belanghebbende burger zelf niet of onvoldoende bekwaam is, maar er mensen in zijn omgeving zijn die hem of haar dusdanig kunnen helpen en bijstaan dat er toch een PGB verstrekt kan worden. Om een PGB af te wijzen op overwegende bezwaren moet er feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. Dit kan een medische onderbouwing zijn, maar ook het aantonen van schulden en eerder misbruik. De onderbouwing wordt in de beschikking vermeld.
Kwaliteit van de dienstverlening
Afhankelijk van het type hulp en ondersteuning worden meer of minder eisen gesteld over de kwaliteit van hulp en ondersteuning die wordt geboden met een PGB. In alle gevallen zijn de volgende kwaliteitseisen van toepassing:
De zorgovereenkomst moet zijn afgestemd op het plan van aanpak dat de consulent Wmo/Jeugd, werker SWT of C3 met de belanghebbende burger en/of de vertegenwoordiger van zijn sociaal netwerk heeft opgesteld en moet leiden tot de daarin afgesproken resultaten.
Degene die hulp/ondersteuning verleend moet een VOG kunnen overleggen.
Degene die hulp/ondersteuning verleend moet over een passende opleiding/registratie beschikken.
De hulpverlener neemt bij zijn werkzaamheden de zorg voor een goede hulpverlening in acht en handelt daarbij in overeenstemming met de op hem rustende verantwoordelijkheid, voortvloeiende uit de voor die hulpverlener geldende professionele standaard, uiteraard voor zover de hulpverlener een professional is.
De consulent Wmo/Jeugd, werker SWT of C3 toetst periodiek de voortgang en de mate waarin de resultaten worden bereikt.
Verplichtingen PGB
Aan het PGB zijn de volgende verplichtingen verbonden:
Het PGB mag niet worden besteed aan een voorziening die voor de belanghebbende burger algemeen gebruikelijk is.
Uit het PGB mogen geen administratieve bemiddelingsbureaus, geen tussenpersonen of belangenbehartigers worden betaald;
In afwijking van het gestelde onder het vorige lid mogen de kosten voor arbeidsbemiddeling, in het kader van deze wet, uit het PGB worden betaald indien die partij een Per Saldo Keurmerk heeft;
De belanghebbende burger aan wie een PGB is verleend komt met de aanbieder op basis van het plan van aanpak een zorgovereenkomst overeen waar ten minste afspraken in zijn opgenomen over de kwaliteit en het resultaat van de maatschappelijke ondersteuning, de inschakeling van het type hulpverlener (medewerker van cao aanbieder, zzp’er/andere organisatie of sociaal netwerk) en de wijze van declareren.
SVB/Trekkingsrecht
In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten PGB’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het PGB niet op de bankrekening van de belanghebbende burger stort, maar op de rekening van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De belanghebbende burger overlegt per type hulp een zorgovereenkomst (arbeidsrechtelijke toetsing overeenkomst door SVB) en laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd. De SVB zorgt vervolgens voor uitbetaling van de hulpverlener. Bij verandering van hulpverlener dient de belanghebbende burger dit door te geven aan de consulent Wmo/Jeugd, werker SWT of C3. Deze zal dan opnieuw kijken of de kwaliteit voldoende is. De gemeente zal dit ook doorgeven bij de SVB. De belanghebbende burger stuurt de zorgovereenkomst met de nieuwe hulpverlener naar de SVB. Op basis van goedgekeurde facturen betaalt de SVB de nieuwe hulpverlener uit. De niet bestede PGB bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente.
De PGB’s voor een hulpmiddel of voorziening worden in 2015 nog wel na overleg van de factuur rechtstreeks aan de belanghebbende burger betaald.
Hoofdstuk
Artikel 7.1
Voorwaarden om in aanmerking te komen voor een PGB
Onderdeel van Beleidsregels Wmo gemeente 's-Hertogenbosch 2015