Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3

Artikel 3.1

Mogelijkheden tot het kiezen voor een pgb

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Hilvarenbeek 2015

Als een cliënt in aanmerking komt voor een maatwerkvoorziening, maar de ondersteuning zelf wenst in te kopen door middel van een door het college te verstrekken pgb, dient de cliënt daartoe volgens een door het college ter beschikking gesteld format een gemotiveerde aanvraag in, samen met een zorg- en budgetplan, waarbij de cliënt aangeeft: wat hij met het pgb wenst in te kopen; waarom hij de ondersteuning in de vorm van een pgb wenst te ontvangen; indien van toepassing: wie hij heeft gemachtigd om zijn belangen ten aanzien van het pgb te behartigen en de aan het pgb verbonden taken uit te voeren; hoe hij de ondersteuning wenst te organiseren; op welke wijze de kwaliteit van de ondersteuning is gewaarborgd; een onderbouwde begroting. Een pgb is alleen mogelijk als: naar het oordeel van het college is voldaan aan alle in artikel 2.3.6, tweede lid, van de wet, genoemde voorwaarden en de weigeringsgronden van artikel 2.3.6, vijfde lid, van de wet niet van toepassing zijn; de ondersteuning die de cliënt met het pgb wenst in te kopen naar het oordeel van het college van voldoende kwaliteit is en in voldoende mate zal bijdragen aan het bereiken van het in het ondersteuningsplan opgenomen beoogde resultaat; de cliënt naar het oordeel van het college in staat is, de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, of dat hij daarvoor iemand heeft gemachtigd die aan nader door het college te stellen voorwaarden voldoet. Een pgb is niet mogelijk: als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; voor zover het pgb is bestemd voor besteding in het buitenland, tenzij hiervoor expliciet vooraf toestemming is gegeven door het college, al dan niet op basis van het in het eerste lid bedoelde zorg- en budgetplan; voor sociaal-recreatief vervoer als de cliënt in deze behoefte kan voorzien door gebruik te maken van het CVV, tenzij de cliënt gebruik maakt van de in artikel 2.3.6, derde lid van de wet, genoemde mogelijkheid; voor zover deze is bedoeld voor begeleidings- of administratiekosten in verband met het pgb. Een cliënt heeft de mogelijkheid om diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het informele circuit, als hij daarvoor blijkens het ingediende zorg- en budgetplan aan die persoon een vergoeding verstrekt die past binnen de kaders van het maximale pgb-tarief dat het college ter beschikking stelt voor informele zorg. En als deze zorg voldoet aan het door het college te stellen kwaliteitseisen. De ondersteuning in de vorm van dienstverlening of huisvesting binnen een resultaatgebied kan òf in de vorm van een maatwerkvoorziening òf in de vorm van een pgb worden verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel