Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.2.3

Trekkingsrecht

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015

In de Wmo 2015 is de verplichting opgenomen dat gemeenten pgb’s uitbetalen in de vorm van trekkingsrecht. Dit houdt in dat de gemeente het pgb niet op de bankrekening van de budgetbeheerder stort, maar op rekening van het servicecentrum pgb van de SVB. De budgetbeheerder laat via declaraties of facturen aan de SVB weten hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de uitbetaling van de zorgverlener. De niet bestede pgb bedragen worden door de SVB na afloop van de verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. Het is belangrijk dat cliënten vooraf goed weten wat het pgb inhoudt en welke verantwoordelijkheden zij daarbij hebben. De budgetbeheerder krijgt informatie (mondeling, brochure, formulieren) bij de melding en tijdens het gesprek. Die informatie is nodig voor het opstellen van een ondersteuningsplan en de budgetbeheerder wordt verwezen naar de SVB voor het opstellen van zorgovereenkomst. Daarnaast verzorgt het servicecentrum pgb van de SVB voorlichting en ondersteuning van budgetbeheerders. Ook de eenmalige pgb’s voor woningaanpassing, verhuis- en inrichtingskosten, sportrolstoelen of andere maatwerkvoorzieningen moeten wettelijk gezien worden overgemaakt naar de SVB. Na controle van de facturen zal de SVB de ingezonden facturen betalen. De gemeente is wel zelf verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole over de geleverde voorziening. Eenmalige pgb’s worden in afwijking van de richtlijn in 2015 nog volledig door de gemeente uitgevoerd. De SVB draagt zorg voor de juridische en arbeidsrechtelijke aspecten (rechtmatigheid) van de inhuur van zorgverleners. Voor ondersteuning en eisen ten aanzien van de af te sluiten zorgverleningsovereenkomst (overeenkomsten met zorgverleners) verwijst de gemeente naar de SVB.

Rechtspraak bij dit artikel