Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4.

Artikel 4.4.1

Voorzieningen

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Westland 2015

Indien een maatwerkvoorziening nodig is kan die in natura maar ook in de vorm van een pgb verstrekt worden (Verordening Wmo art.8). Bij Wmo-voorzieningen kan gedacht worden aan: woonvoorzieningen; vervoersvoorzieningen (inclusief een tegemoetkoming) (sport-) rolstoelen en scootmobiels; etc. Programma van eisen (PvE) Wanneer de cliënt kiest voor een pgb krijgt hij na indicatie bij de beschikking een PvE waar de voorziening aan moet voldoen. De cliënt kan op basis van dit PvE zelf de voorziening aanschaffen. Als de cliënt een andere oplossing wil, kan hij daarvoor kiezen onder de voorwaarde dat de voorziening geen (andere) belemmeringen oproept. De voorziening die de cliënt aanschaft moet wel de beperking op hetzelfde niveau compenseren zoals in het PvE wordt gesteld en niet slechts een deel van het probleem oplossen. Duur van de toekenning De voorziening in de vorm van pgb wordt toegekend voor een periode dat afhankelijk is van de gebruikelijke levensduur van de voorziening. De periode waarvoor de voorziening wordt toegekend zal beschreven worden in de beschikking. Indien de situatie van de cliënt verandert zal daarmee rekening worden gehouden omdat de cliënt zelf de veranderde situatie dient te melden bij het college. Pgb bedrag Het pgb bedrag voor voorzieningen dient in beginsel toereikend en vergelijkbaar te zijn met de natura voorziening. De kosten van de individueel afgestemde aanpassingen worden op grond van de offerte van de hulpmiddelenleverancier vastgesteld. Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de verkorte termijn waarop de voorziening technisch is afgeschreven. In de beschikking wordt een bedrag opgenomen voor verzekering en onderhoud en reparaties. Deze kosten worden vergoed op declaratiebasis tot een -in de beschikking vastgesteld- maximum bedrag per jaar. De situatie waarin het door de cliënt beoogde aanbod van zorg of hulpmiddel duurder is dan het aanbod van het college betekent dus niet bij voorbaat dat het pgb om die reden geheel geweigerd wordt. Cliënten kunnen zelf bijbetalen wanneer het tarief van de door hen gewenste zorgaanbieder duurder is dan het door het college voorgestelde aanbod. Dit kan zich bijvoorbeeld voordoen doordat de gemeente vanwege inkoopvoordelen maatwerkvoorzieningen goedkoper kunnen leveren dan wanneer iemand zelf ondersteuning inkoopt met een pgb. Het college kan in het Financieel besluit Wmo & Jeugdhulp regels stellen ten aanzien van de hoogte van de bedragen van de pgb. Aanschaf In artikel 15 lid 3 van de Verordening Wmo is opgenomen dat de voorziening ingetrokken kan worden als de cliënt / budgetbeheerder de voorziening niet aanwent voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. Indien de cliënt geen voorziening aanschaft neemt hij zelf contact op met de gemeente zodat overwogen kan worden dat een voorziening in natura een meer gepaste leveringsvorm is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel