Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf

Artikel 2.

Programmabegroting

Onderdeel van VERORDENING ARTIKEL 212 GEMEENTEWET

1.. Jaarlijks wordt door het college de programmabegroting aangeboden aan de gemeenteraad. 2.. De begroting is ingedeeld overeenkomstig de voorgeschreven indeling in het Besluit Begroting en Verantwoording. 3.. De raad stelt de programma-indeling vast. 4.. De raad stelt jaarlijks, op voorstel van het college, per programma vast: de beoogde beleidsdoelstellingen, inclusief maatschappelijke effecten; de te leveren prestaties/activiteiten de indicatoren waarmee de doelstellingen en maatschappelijke effecten worden gemonitord de baten en lasten 5.. De raad stelt bij aanvang van iedere raadsperiode vast over welke onderwerpen hij in extra beleidsparagrafen naast de verplichte paragrafen in de begroting en rekening kaders wil stellen en wil worden geinformeerd. 6.. Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van gegevens over de geleverde prestaties, beleidsdoelen en maatschappelijke effecten, opdat de beoogde doelmatigheid en doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad, kunnen worden getoetst. 7.. Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd (beleidsparagraaf investeringen). 8.. Niet in de begroting opgenomen nieuwe investeringen die in het begrotingsjaar ontstaan worden via een raadsvoorstel aan de raad voorgelegd.

Rechtspraak bij dit artikel