1.
de vergoeding wegens vervoerskosten volgt de rijksvergoedingen; de bedragen worden automatisch jaarlijks aangepast;
de kosten van het openbaar vervoer worden vergoed bij overlegging van de vervoerbewijzen. Bij gebruik van eigen vervoer zonder dat van de bij lid c beschreven situatie sprake is wordt € 0,09 per afgelegde kilometer vergoed;
Vergoeding voor het gebruik van een eigen voertuig vindt alleen plaats indien openbaar vervoer niet mogelijk of niet doelmatig is en hiervoor toestemming is verleend. De vergoeding bij toestemming voor het gebruik van eigen voertuig is € 0,37 per afgelegde kilometer.
2.
De vergoeding wegens verblijfkosten volgt de rijksvergoedingen de bedragen worden automatisch jaarlijks aangepast.
De hoogte van de vergoedingen bedraagt:
voor ieder vol etmaal dat de dienstreis duurt een bedrag van € 4,43 voor kleine uitgaven overdag
een bedrag van € 13,23 voor kleine uitgaven 's avonds
€ 13,90 voor een lunch
€ 21,03 voor een avondmaaltijd
€ 85,92 voor logies
€ 8,39 voor een ontbijt
De aanspraak op de onder het eerste lid, onderdelen a t/m f, bedoelde vergoedingen bestaat slechts indien voor het verkrijgen van de respectievelijke verstrekkingen kosten gemaakt moesten worden in een daarvoor bestemde gelegenheid. De vergoedingen worden alleen betaald bij overlegging van de rekening.
Bij aansluitende dienstreizen kan de avondcomponent als bedoeld in het eerste lid niet langer dan voor de eerste acht avonden worden toegekend. Voor ieder volgend etmaal dat binnen die dienstreizen valt, wordt het bedrag van de avondcomponent gehalveerd.
Voor een (deel van) een dienstreis van kortere duur dan een etmaal worden de uit te keren bedragen voor verblijfkosten berekend overeenkomstig het eerste, het tweede en het derde lid, met dien verstande dat:
de dagcomponent slechts wordt toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat ten minste 4 uren in de dienstreis valt;
de avondcomponent en de ontbijtcomponent slechts worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde, dat een overnachting in de dienstreis valt;
de lunchcomponent respectievelijk de dinercomponent slechts worden toegekend, indien mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de tijd tussen 12.00 uur en 14.00 uur respectievelijk tussen 18.00 uur en 21.00 uur geheel in de dienstreis valt.
Bij overwerk geldt dat indien nodig bovenstaande regeling wordt toegepast. De noodzaak wordt in overleg met het bevoegd gezag vastgesteld. De werktijd moet bovendien tenminste 2 uur verlengd zijn.
II. Woon-WERKVERKEER
Artikel 12
Vervoers- en verblijfskosten dienstreis (peildatum 1-1-2013)
Onderdeel van REGELING REISKOSTEN