1. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag het dienstbelang er mee is gebaat dat tijdens een dienstreis naast openbaar vervoer tevens gebruik wordt gemaakt van een taxi, worden de aan dat taxigebruik verbonden kosten volledig vergoed.
2. Indien naar het oordeel van het bevoegd gezag, een eigen voertuig voor het vervoer tussen de woning en de werkplek noodzakelijk is voor het op doelmatige wijze uitvoeren van een op die dag voorkomende dienstreis, kan daarvoor per kilometer een vergoeding worden verleend.
3. Het bevoegd gezag kan, in afwijking van het bepaalde in artikel 6 en artikel 7, regels stellen krachtens welke voor een betrokkene een tegemoetkoming in reiskosten en andere kosten die rechtstreeks verband houden met het carpoolen wordt verstrekt, indien de betrokkene voor het ondernemen van de dienstreis:
gebruik maakt van een eigen motorvoertuig tezamen met één of meer anderen of
meerijdt in een motorvoertuig van een ander.
4. De tegemoetkoming in reiskosten bedoeld in het eerste lid bedraagt ten hoogste het bedrag vastgesteld krachtens artikel 15, tweede lid, onderdeel c, van de Wet op de loonbelasting 1964.