**1..** Het college ziet af van het opleggen van een verlaging indien:
elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of
de gedraging meer dan 12 maanden voor constatering van die
gedraging door het college heeft plaatsgevonden; of
belanghebbende inmiddels geen bijstandsuitkering meer
ontvangt, tenzij de belanghebbende binnen een periode van 12
maanden opnieuw een bijstandsuitkering gaat ontvangen. In
dat geval wordt een besluit genomen over het alsnog
toepassen dan wel afzien van een verlaging op dat moment;
of
het college dringende redenen aanwezig acht.
**2..** Indien het college afziet van het opleggen van een verlaging op
grond van dringende redenen, wordt de belanghebbende daarvan
schriftelijk mededeling gedaan.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 6.
Afzien van het opleggen van een verlaging
Onderdeel van Verordening afstemming en handhaving Participatiewet c.a. 2015