De directeur informeert de burgemeester en het college bij zwaarwegende omstandigheden en gebeurtenissen die betrekking hebben op de gemandateerde bevoegdheden;
De directeur zendt afschriften aan de gemeente van relevante correspondentie met betrekking totde uitoefening van gemandateerde bevoegdheden;
De directeur verschaft, voorafgaand aan de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in artikel 2,eerste lid, alle benodigde informatie en voert tevens overleg met de burgemeester of het college indien:
de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor de burgemeester of het college naarverwachting politieke en/of maatschappelijke gevolgen kan hebben;
een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk zal worden gesteld;
het een besluit betreft waaruit onvoorziene financiële of andere consequenties voortvloeien dietot overschrijding kunnen leiden van beschikbare budgetten of begrotingsposten;
de burgemeester of het college de wens daartoe kenbaar hebben gemaakt.