Eerste lid
Gekoppeld aan de doelstellingen en uitgangspunten van de subsidieverordening, kan het college aan de toekenning van de subsidie aanvullende voorschriften stellen. In het eerste lid van dit artikel is dit nadrukkelijk vastgelegd.
Tweede lid
Onder a) Om de subsidie te kunnen controleren is het noodzakelijk dat het erf wordt betreden. Dit voorschrift heeft niet betrekking op de bevoegdheden van de opsporingsambtenaren en toezichthouders op basis van de Algemene wet bestuursrecht. Het gaat hier om het controleren van de bepalingen van de subsidieverordening, zoals het kunnen vaststellen welke maatregelen doeltreffend zijn om erfafspoeling te voorkomen, welke maatregelen bovenwettelijk zijn en het vaststellen of de juiste maatregelen uit de erfscan zijn uitgevoerd.
Onder b) De subsidie is bestemd voor bovenwettelijke maatregelen. Doelstelling van de verordening is het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Binnen deze doelstellingen is het niet passend indien de aanvrager niet voldoet aan de minimale wettelijke eisen ten aanzien van de afspoeling van afvalwater naar het oppervlaktewater. Daarom is in dit voorschrift nadrukkelijk bepaald dat de subsidie alleen wordt uitbetaald indien aan die minimale milieuvoorschriften op dit terrein is voldaan. Anders kan een situatie ontstaan dat subsidie voor bovenwettelijke maatregelen wordt toegekend, waarbij nog steeds een situatie blijft bestaan dat grote hoeveelheden afvalwater afspoelen naar het oppervlaktewater. Het doel van de subsidie schiet dan zijn doel voorbij.
Onder c) Dit voorschrift is gekoppeld aan voorschrift b. Indien bij de controle op de naleving van de subsidie wordt vastgesteld dat niet wordt voldaan aan de minimale wettelijke eisen, krijgt de aanvrager een extra periode van vier weken om te zorgen dat hij aan die eisen gaat voldoen. Deze periode is vooral noodzaak vanuit juridisch oogpunt om belanghebbenden in staat te stellen binnen een redelijke periode alsnog aan de eisen van de subsidieverordening te voldoen. Een periode van vier weken is als redelijk aan te merken. Zijn de maatregelen binnen die periode uitgevoerd, kan de subsidie alsnog definitief vastgesteld en uitbetaald worden.
Derde lid
Bij veel subsidiabele maatregelen wordt een voorziening met opvang voor het afvalwater gerealiseerd. Zeker bij relatief kleine opvangvoorziening kan de situatie ontstaan dat de opvangvoorziening door regen of anders uitstromen van afvalwater overstroomt. Hierdoor gaat het milieueffect van de maatregel verloren. Het college kan daarom aanvullend voorschrijven dat bij het uitvoeren van de werkzaamheden een dompelpomp met vlotter wordt aangebracht. Dit zorgt er voor dat bij een dreigende overstroming van de opvangvoorziening het afvalwater op een milieuverantwoorde wijze wordt afgevoerd naar een andere voorziening. De agrariër moet er voor zorgen dat deze afvoer dan op een milieuverantwoorde wijze plaatsvindt.
Paragraaf 3
Artikel 10
Subsidievoorschriften
Onderdeel van Verordening subsidie beperken gevolgen erfafspoeling 2015-2016